Veiligheid & Gezondheid

Bij het samen rijden gelden een aantal afspraken. De afspraken nodigen iedereen uit om oog te hebben voor elkaar en zijn erop gericht om prettig, veilig en sociaal te fietsen. Graag verwijzen we je ook naar het veiligheidshandboek van de NTFU, zie www.NTFU.nl.

Prettig rijden

Je fietst niet alleen in een groep om elkaar naar ongekende hoogte te stuwen, maar juist omdat je geniet van elkaars gezelschap. Een basisregel bij TC Het Trapstel luidt 'samen uit, samen thuis.' Dat wordt zowel letterlijk als figuurlijk bedoeld. Houd het prettig voor elkaar zodat je in de toekomst samen op pad blijft gaan, daarom een paar aandachtspunten, t.w.:

  • Vooruitkijken is erg belangrijk in een groep. Kijk niet alleen naar je directe voorganger, maar ook verder naar voren: komt er een bocht of obstakel aan? Wie goed anticipeert, hoeft bijna niet te remmen, omdat hij/zij op tijd even de benen stil houdt.
  • Als er iets niet goed gaat meldt het dan bij de wegkapitein, doe er wat aan, of zorg dat iemand anders dat doet.
  • Heb oog voor elkaar en zorg ook goed voor jezelf.
  • Als het tempo te hoog is, geef dat dan aan. Meld het als je dreigt af te haken, zodat de groep je niet ineens kwijt is.
  • Laat niemand zomaar alleen achter, heb aandacht voor iemand die afhaakt of dreigt af te haken.

Bij terugkeer in de stad houden we een 'rondvraag'. Bedoeling van de rondvraag is dat iedereen met een prettig gevoel naar huis gaat. Meestal wordt tegen elkaar gezegd dat we lekker hebben gefietst, de route mooi was en het weer een beetje mee/tegen zat. En de rondvraag is ook het moment voor opbouwende kritiek.

Veilig rijden, in groepen
Bij het rijden in groepen zijn een aantal gedragsregels en afspraken van belang om je eigen veiligheid, de veiligheid van de clubrijders om je heen én de veiligheid van de andere weggebruikers te waarborgen.

Ontmoetingen tussen wielrenners en andere weggebruikers leiden nog te vaak tot vervelende en zelfs gevaarlijke situaties, door snelheidsverschillen en omdat beide partijen van elkaar niet weten wat ze gaan doen. Uit onderzoek van VeiligheidNL bleek dat volgens wielrenners in 51% van de (bijna-) ongevallen sprake was van onvoldoende rekening houden met elkaar. Het is dus belangrijk om te werken aan ons gedrag, zodat wederzijdse irritatie, onvoorspelbare situaties en ongevallen kunnen worden voorkomen.

Om de veiligheid van een ieder te vergroten hebben we een aantal regels waar we ons aan willen houden, t.w.:

  • Helm is verplicht, correct op het hoofd geplaatst (zie ook het veiligheidshandboek van de NTFU).
  • Opzetsturen zijn verboden.
  • Racehandschoenen wordt geadviseerd.
  • Je fiets is in een goede technische staat, staat goed afgesteld en voorzien van goede banden.
  • Steekassen wielen juist geplaatst, van voorwiel naar achteren en van achterwiel naar voren.
  • Fiets op je eigen niveau, te hoog grijpen leidt tot vermoeidheid en concentratieverlies. Haak tijdig af als je vermoeid raakt en meldt dit aan de groep.
  • Wees duidelijk over wat je doet. In een peloton fietsen betekent dat je elkaar tijdig waarschuwt voor situaties die aandacht vragen, zoals voor- en tegenliggers, obstakels of slecht wegdek.
  • Eten op de fiets doe je op een rustig moment en achteraan in de groep.
  • Drinken als het veilig is, bijvoorbeeld qua wegdek.
  • Er wordt altijd met de handen op of bij de remmen gereden.
  • Niet rijdend, achterom kijkend een gesprek voeren.
  • Nooit abrupt van richting veranderen of remmen, maar langzaam uitrijden. Geef tijdig de richting aan.
  • Als je in de berm rijdt niet direct de weg/het fietspad weer oprijden maar voorzichtig remmen en stoppen en daarna voorzichtig de weg weer op gaan .
  • Niet mobiel bellen tijdens het fietsen.
  • Bij twijfel over de richting rustig rechtdoor fietsen (indien mogelijk)
  • Als je op medisch/ lichamelijk gebied iets hebt dat van belang is om te weten als zich iets bijzonders voordoet, overweeg dan om informatie hierover bij je te dragen of het te delen met anderen. Hoe vervelend ook, het kan voorkomen dat zich een valpartij voordoet. Dan is het handig als het thuisfront gebeld kan worden. Een ICE-nummer kun je op je NTFU-ledenpas schrijven en natuurlijk opslaan in je mobiele telefoon. Ook zijn er handige armbandjes te koop waar je alle relevantie informatie op kan laten zetten. Iedereen wordt dan ook geacht persoonlijke gegevens (identificatie) bij zich te dragen.

Sociaal rijden

Naast prettig en veilig fietsen willen we ook graag sociaal de weg op, vandaar ook een aantal aandachtspunten die zijn gericht op onze medeweggebruikers:

  • Houd je aan de verkeersregels, een absolute must.
  • Houd zichtbaar rekening met anderen in het verkeer.
  • Gebruik een fietsbel.
  • Geef tijdig aan welke richting je gaat volgen.
  • Blijf beleefd tegen andere weggebruikers.
  • Rijd altijd op het aangegeven fietspad.
  • Gedraag je in het verkeer en blijf vriendelijk.
  • Passeer wandelaars of fietsers op gepaste snelheid.
  • Volg aanwijzingen op van politie en/of verkeersregelaars.
  • Gooi afval in een afvalbak.
  • Houd het leuk.
  • Na bocht of ander verkeersobstakel weer rustig “in gang trekken”.
  • Spreek elkaar aan op niet sociaal en ongewenst gedrag.
  • Bij een klim wachten we bovenaan tot de laatste boven is.

Technisch rijden

In het voorjaar wordt er gestart met een technische training. Als je wilt werken aan je fietstechniek (bochten rijden, fietsbeheersing, carrousel rijden, en nog veel meer) kun je aansluiten bij deze groep. Als het zover is wordt dit aangekondigd op de website. Onderstaand al vast wat tips en trucs:

Wisselen
De hele rit op kop rijden is goed voor je beenspieren en je conditie. Zelfs de beste renner heeft af en toe rust nodig, en ook de wegkapitein. Draai daarom door en gun elkaar die rust. Het draaien in een peloton gebeurt doordat één van de voorste fietsers (namelijk degene die het meest in de wind zit) zich laat zakken en de andere voorste fietser zijn/haar plaats inneemt. Ga ongeveer om de 500 meter wisselen, dat betekent dat je dus steeds ongeveer een kilometer op kop rijdt. De daarachter rijdende fietser versnelt en komt mee aan kop rijden. Alle achteroprijdende fietsers maken de groep weer compact. Ga dus nooit met zijn tweeën tegelijk van kop. Je rijdt dan met vier man breed over de weg of het fietspad.

Ritsen
Soms moet je als groep in elkaar ritsen. Meestal gebeurt dat bij obstakels, tegemoetkomend verkeer op smalle wegen of versmalling van het fietspad. Na het teken 'ritsen' versnelt de renner rechtsvoor en creëert daarmee ruimte voor de renner naast hem die rustig erachter kan invoegen. De overige tweetallen doen hetzelfde en de groep schuift in elkaar. Degene die aan de kant van het obstakel rijdt vertraagd, zodat hij of zij meer tijd heeft om het obstakel te omzeilen door te ritsen. 

Waaier rijden
Deze techniek wordt toegepast bij tegenwind die ook wat van opzij komt. Door in de luwte van de voorganger te rijden, spaar je energie. Er wordt gefietst in een lang lint, waarbij elke renner zo kort mogelijk (10-20 cm) achter het wiel van zijn voorganger zit. Probeer niet helemaal kaarsrecht achter het wiel van de voorganger te rijden, maar net een of twee bandbreedtes ernaast: wordt er plots geremd, dan kun je net langs zijn wiel glippen. Ook fietst elke renner net even meer links of rechts achter zijn voorganger, voor de beschutting van de wind. Hoe meer de wind van opzij komt, hoe meer je naast je voorganger gaat rijden. Zo krijgt de waaier zijn vorm. De voorste renner laat zich na een periode van kopwerk afzakken naar de achterste positie in de groep, om weer op adem te komen. Dit afzakken gebeurt 'door de wind', dus aan de zijde waaruit de wind komt. Let wel, de wegomstandigheden moeten het waaier rijden mogelijk maken. Het is de wegkapitein die aangeeft wanneer het wel-niet kan.

Tempo
Probeer in een gelijkmatig tempo te fietsen, zodat er geen onrust in de groep ontstaat. Ook is het dan voor degenen die achteraan fietsen duidelijker wat ze kunnen verwachten. Rem dus ook niet onnodig en houdt niet plots de benen stil. Pas ook op als je op de pedalen gaat staan. Je verplaatst je gewicht dan meer naar voren, zodat je achterwiel ongeveer een halve meter naar achteren gaat en je kans hebt het voorwiel van degene achter je aan te tikken. Versnel daarom eerst een paar pedaalslagen alvorens uit het zadel te komen. Zit je niet op kop, laat dan geen gaten vallen en houd de afstand tot je voorganger gelijk. Houd in de gaten of de mindere fietsers het tempo nog aankunnen, pas eventueel de snelheid aan.

Groep compleet houden
Tel regelmatig 'koppen', om te controleren of iedereen er nog is. Als iemand die achterin reed ineens stopt met pech kan het anders lang duren voordat men het door heeft, waardoor je leden van de groep kwijt kunt raken. Als de groep uiteen is gevallen, keer dan terug naar de laatste plek waar de groep nog compleet was.

Plaats in peloton
Fiets met maximaal twee renners naast elkaar. De kans op ongelukken is zo een stuk kleiner, bovendien is het niet toegestaan met drie of meer personen naast elkaar te fietsen. Houd je lijn vast, zodat voor de anderen voorspelbaar is hoe je zult rijden. Denk ook aan je lijn bij het nemen van een bocht. Voortdurend helemaal achteraan fietsen is niet verstandig, omdat het optrekken met de groep (bijv. na een bocht) voor de mensen achterin het meeste energie kost. Bovendien is achterin de kans groter dat je bij een valpartij betrokken raakt.

Neus snuiten
Kijk voor je je neus leegt hoe de wind staat, zodat de andere fietsers geen spetters hoeven te ontwijken: stuur een beetje met de wind mee, druk een neusgat in en blaas. Een waarschuwing voor de rest kan ook geen kwaad. Nog beter is te wachten tot je bij het doordraaien achterin bent beland om je neus te ledigen.

 

Veiligheid op de weg

Veiligheid op de weg
Het rijden in een groep vergt veel discipline en rust. Je moet altijd kunnen vertrouwen op degene die voor je fietst (deze ziet immers altijd meer dan jij), dus moet degene die achter jou fietst ook op jou kunnen vertrouwen. Probeer daarom geen onverwachte bewegingen te maken, rem niet plotseling en geef altijd aan wat je van plan bent (bijvoorbeeld je laten zakken om van kop af te gaan, etc.).

Mochten de weersvoorspellingen zo zijn dat er slecht weer op komst is waarbij het fietsen niet meer verantwoord is, zal het bestuur de trainingen afgelasten. Je blijft natuurlijk zelf verantwoordelijk voor je veiligheid, dus neem hier de juiste beslissing in (zie ook het veiligheidshandboek van de NTFU).
Communiceren in het verkeer is erg belangrijk. Dit doe je binnen je fietsgroep zowel verbaal als non-verbaal, met tekens. Er bestaan in het wielrennen vaste codes om situaties met gevaar aan te geven. Vaak gaat daarbij een korte, eenduidige kreet vergezeld van een armgebaar. Tekens worden altijd van voor naar achter (of bij achteropkomend verkeer andersom) verbaal doorgegeven. De voorste rij fietsers en de laatste rij fietsers geeft de tekens ook non-verbaal door, zodat de overige weggebruikers weten wat jouw groep van plan is. Overdrijf niet met tekens, signaleer ruim van te voren en blijf consequent.
De belangrijkste codes zijn:
• Stoppen: arm omhoog + "Stop!" of "Ho!"
• Paaltjes op de weg: lage armbeweging naar achteren aan de zijde waar de paaltjes staan + "paaltjes!".
• Gevaar op de weg: de arm laag naar achteren bewegen aan de zijde van het gevaar + een zo specifiek mogelijke kreet (dus
niet "pas op!" maar bijvoorbeeld "grind” of “modder”).
• Tegenligger: de linkerarm laag naar achteren bewegen + " tegen!"
• Inhaler: geen armbeweging, "achter!"
• Zelf inhalen: de rechterarm laag naar achteren bewegen + "voor!"
• Bocht: hand uitsteken + "linksaf!" of "rechtsaf!"
• Lekke band: hand in de lucht steken + "lek!"
• “Vrij!” of “Auto links/rechts!” roep je bij het naderen van een kruising.

De verbale en non-verbale signalen geef je van voor naar achter in de groep door. Als achterste rijder laat je weten dat de boodschap is overgekomen.
Onderstaand filmpje geeft een goed beeld van hoe je dit het beste kan doen.

Hoe een bocht te nemen

Hoe een bocht te nemen Tijdens de technische trainingen zullen we regelmatig aandacht besteden aan het nemen van een bocht. Veiligheid staat voorop, zorg dat je goed “door de bocht kijkt”, dus je focus legt op het punt waar je uit wilt komen. Daarbij is het van belang dat je binnenste pedaal omhoog is (zodat deze nooit de grond kan raken zodra je wat schuiner in de bocht “ligt”). Houd druk op je buitenste pedaal (die dus naar beneden is gericht), zorg dat je je handen in de beugels van je stuur plaatst voor meer controle en houdt daarbij druk op je binnenste beugel. Remmen doe je voor de bocht, dus niet in de bocht. Tot slot is de ideale rijlijn buiten, binnen, buiten. Beelden zeggen meer dan woorden, dus ook hier is een filmpje van.

Hoe te klimmen

Klimmen gaat vooral over het controleren van je inspanning die je levert, niet over je snelheid. Bergop fietsen kun je staand of zittend doen. Uit onderzoek blijkt dat afwisseling het meest rendabel is, omdat de spieren niet continue hetzelfde worden belast. Als je zittend klimt, ga je efficiënt met jouw energie om. Pak je stuur van boven beet, om de remmen of bovenop, op die manier zit je rechterop en kunnen je longen vrijer werken. Blijf tijdens een klim rustig ademhalen en neem het juiste verzet, vooral niet te zwaar. Zorg dat je fiets is voorzien van de juiste bergversnellingen. Staand op de pedalen kost meer kracht maar levert ook meer vermogen op. Hoeveel moet je zitten of staan? Meestal zit je het grootste deel van de klim, maar bij tempoversnellingen of steile hellingen ga je meer staan. Schakel voordat je gaat staan 1 of 2 tandjes “zwaarder”. Hierdoor “val je niet door de pedalen heen” en voorkom je knieklachten. Door af te wisselen spreek je ook andere spiergroepen aan en dat is goed voor je. Schakel op tijd terug naar het binnenblad als er een klim aankomt. Neem in een klim altijd de buitenbocht, die is veel minder steil dan de binnenbocht en eenmaal in het minder steile gedeelte van die buitenbocht kom je, ook al is het maar voor even, op adem. Ga nooit zonder een regenjack aan een klim beginnen, je weet nooit hoe het weer boven is, in de afdaling kun je het jack hard nodig hebben. Het belangrijkste is misschien wel dat je de klim niet moet zien als onoverkomelijke barrière, maar als een mooie sportieve uitdaging! Beelden zeggen meer dan woorden, dus ook hier is een filmpje van.

Hoe te dalen

Een basisregel voor het afdalen is: breng de snelheid voor de bocht zo terug, dat je er zonder remmen doorheen kunt rijden. Om een bocht te overzien, moet je dat vaker oefenen omdat niet elke bocht hetzelfde “draait”. Kijk in een bocht naar het punt waar je heen wilt en houd het pedaal aan de buitenkant laag. Blijf wel altijd op je eigen weghelft. De een heeft meer talent of durf dan een ander, dus begin met een tempo dat je aandurft, zodat je meer vertrouwen krijgt. Ga in een afdaling niet freewheelen, blijf dus trappen. Zo blijven je spieren op temperatuur en een lichte beweging is de beste manier om de vermoeidheid zo snel mogelijk af te voeren. Ook houd je zo een betere controle over je fiets. Zorg dat je zoveel mogelijk druk op je voorwiel houdt, dus handen onder in de beugels. Rem niet te lang achter elkaar, hierdoor zouden de velgen te warm kunnen worden met alle nare gevolgen van dien. Beelden….., dus ook hier is een filmpje van.


Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *