Veiligheid & Gezondheid

Bij het samen rijden geldt een aantal afspraken. De afspraken nodigen iedereen uit om oog te hebben voor elkaar en zijn erop gericht om prettig, veilig en sociaal te fietsen.

 

Prettig rijden

  • We rijden in drie tempo’s. Voor vertrek wordt gesplitst in heavy, medium en light. Je vertrekt niet voordat je weet dat iedereen in een groep is opgenomen.
  • Een groep heeft een grootte van maximaal 12 rijders, groter wordt onveiliger. Zo nodig wordt er nogmaals gesplitst.
  • Spreek in je groep af wie de route aangeeft. Als er iets mis gaat: doe er wat aan, of zorg dat iemand anders dat doet.
  • Heb oog voor elkaar. Zorg goed voor jezelf.
  • Als het tempo te hoog is, geef dat dan aan. Meld het als je dreigt af te haken, zodat de groep je niet ineens kwijt is. Zo nodig splitst de groep en kun je een tandje lichter doorfietsen.
  • Bij terugkeer in de stad houden we een 'rondvraag'. Bedoeling van de rondvraag is dat iedereen met een prettig gevoel naar huis gaat. Meestal wordt tegen elkaar zeggen dat we lekker hebben gefietst, de route mooi was en het weer een beetje mee/tegen zat. En de rondvraag is ook het moment voor opbouwende kritiek.

 

Veilig rijden

  • Helm is verplicht, correct op de kop.
  • Geen opzetsturen.
  • Een groep bestaat uit maximaal 12 renners.
  • De snelheid wordt aangepast aan de minst snelle deelnemer.
  • Fiets op je eigen niveau: te hoog grijpen leidt tot vermoeidheid en concentratieverlies; haak tijdig af als je vermoeid raakt. Meld dit aan de groep.
  • Laat niemand zomaar alleen achter: heb aandacht voor iemand die afhaakt of dreigt af te haken.
  • Wees duidelijk over wat je doet. In een peloton fietsen betekent dat je elkaar tijdig waarschuwt voor situaties die aandacht vragen, zoals voor- en tegenliggers, obstakels of slecht wegdek. We maken elkaar attent op dergelijke zaken door woord en gebaar. Hier zijn de belangrijkste:
  • Met “Tegen!” waarschuw je dat er een tegenligger in aantocht is, “Voor!” wil zeggen dat je een weggebruiker achterop komt. Bijbehorend gebaar is wapperende handjes achter je rug.
  • “Paaltje!” (met eventueel wijzen) spreekt voor zich, evenals “Steentjes!” of “Modder!”
  • “Vrij!” of “Auto links/rechts!” roep je bij het naderen van een kruising.
  • Een arm omhoog betekent: Stop!
  • Bij links en rechts afslaan roep je de richting en steek je je hand uit.
  • De verbale en nonverbale signalen geef je van voor naar achter in de groep door. Als achterste rijder laat je weten dat de boodschap is overgekomen.

 

Als je op medisch/ lichamelijk gebied iets hebt dat van belang is om te weten als zich iets bijzonders voordoet, overweeg dan om informatie hierover bij je te dragen of het te delen met anderen. Hoe vervelend ook, het kan voorkomen dat zich een valpartij voordoet. Dan is het handig als het thuisfront gebeld kan worden. Een ICE-nummer kun je op je NTFU-ledenpas schrijven en natuurlijk opslaan in je mobiele telefoon.

 

Sociaal rijden

Tot zover enkele gedragsregels in het onderlinge verkeer. De NTFU heeft een aantal aandachtspunten die zijn gericht op onze mede-weggebruikers:

 

  • Houd je aan de verkeersregels;
  • Houd zichtbaar rekening met anderen in het verkeer;
  • Gebruik een fietsbel;
  • Geef tijdig aan welke richting je gaat volgen;
  • Blijf beleefd tegen andere weggebruikers;
  • Rij altijd op het aangegeven fietspad;
  • Passeer wandelaars of fietsers op gepaste snelheid;
  • Volg aanwijzingen op van politie en/of verkeersregelaars;
  • Gooi afval in een afvalbak.

 

 

Technische training

In het voorjaar start Jaap Vis met een technische training. Als je wilt werken aan je fietstechniek (bochten rijden, fietsbeheersing, carrousel rijden, en nog veel meer) kun je bij Jaap terecht. Als het zover is wordt dit aangekondigd op de website.

Veiligheid op de weg

Het rijden in een groep vergt veel discipline en rust. Je moet altijd kunnen vertrouwen op degene die voor je fietst (deze ziet immers altijd meer dan jij), dus moet degene die achter jou fietst ook op jou kunnen vertrouwen. Probeer daarom geen onverwachte bewegingen te maken, rem niet plotseling en geef altijd aan wat je van plan bent (bijvoorbeeld je laten zakken om van kop af te gaan, etc.).

Daarnaast is het van belang de groep op de hoogte te brengen van mogelijke obstakels en gevaren op de weg. Doe dit rustig en beheerst en geef op tijd aan wat er aan de hand is: een tegenligger, paaltjes op het fietspad, etc. Onderstaand filmpje geeft een goed beeld van hoe je dit het beste kan doen:

Hoe een bocht te nemen

Tijdens de trainingen op donderdagavond zullen we regelmatig aandacht besteden aan het nemen van een bocht. Veiligheid staat voorop, dus zorg dat je goed “door de bocht kijkt”, dus je focus legt op het punt waar je uit wilt komen. Daarbij is het van belang dat je binnenste trapper omhoog is (zodat deze nooit de grond kan raken zodra je wat schuiner in de bocht “ligt”. Houdt druk op je buitenste pedaal (die dus naar beneden is gericht), zorg dat je je handen in de beugels van je stuur plaatst voor meer controle en houdt daarbij druk op je binnenste beugel. Remmen doe je voor de bocht, dus niet in de bocht. Tot slot is de ideale rijlijn buiten, binnen, buiten. Beelden zeggen meer dan woorden, dus ook hier is een filmpje van:

Hoe te klimmen

Klimmen gaat vooral over het controleren van je inspanning die je levert, niet over je snelheid. Bergop fietsen kun je staand of zittend doen. Uit onderzoek blijkt dat afwisseling het meest rendabel is, omdat de spieren niet continue hetzelfde worden belast. Als je zittend klimt, ga je efficiënt met jouw energie om. Pak je stuur van boven beet, om de remmen of bovenop, op die manier zit je rechterop en kunnen je longen vrijer werken. Blijf tijdens een klim rustig ademhalen en neem het juiste verzet, vooral niet te zwaar. Zorg dat je fiets is voorzien van de juiste bergversnellingen. Staand op de pedalen kost meer kracht maar levert ook meer vermogen op. Hoeveel moet je zitten of staan? Meestal zit je het grootste deel van de klim, maar bij tempoversnellingen of steile hellingen ga je meer staan. Schakel voordat je gaat staan 1 of 2 tandjes “zwaarder”. Hierdoor “val je niet door de pedalen heen” en voorkom je knieklachten. Door af te wisselen spreek je ook andere spiergroepen aan en dat is goed voor je. Schakel op tijd terug naar het binnenblad als er een klim aankomt. Neem in een klim altijd de buitenbocht, die is veel minder steil dan de binnenbocht en eenmaal in het minder steile gedeelte van die buitenbocht kom je, ook al is het maar voor even, op adem. Ga nooit zonder een regenjack aan een klim beginnen, je weet nooit hoe het weer boven is, in de afdaling kun je het jack hard nodig hebben. Het belangrijkste is misschien wel dat je de klim niet moet zien als onoverkomelijke barrière, maar als een mooie sportieve uitdaging! Beelden zeggen meer dan woorden, dus ook hier is een filmpje van.

Hoe te dalen

Een basisregel voor het afdalen is: breng de snelheid voor de bocht zo terug, dat je er zonder remmen doorheen kunt rijden. Om een bocht te overzien, moet je dat vaker oefenen omdat niet elke bocht hetzelfde “draait”. Kijk in een bocht naar het punt waar je heen wilt en houd het pedaal aan de buitenkant hoog. Blijf wel altijd op je eigen weghelft. De een heeft meer talent of durf dan een ander, dus begin met een tempo dat je aandurft, zodat je meer vertrouwen krijgt. Ga in een afdaling niet freewheelen, blijf dus trappen. Zo blijven je spieren op temperatuur en een lichte beweging is de beste manier om de vermoeidheid zo snel mogelijk af te voeren. Ook houd je zo een betere controle over je fiets. Zorg dat je zoveel mogelijk druk op je voorwiel houdt, dus handen onder in de beugels. Rem niet te lang achter elkaar, hierdoor zouden de velgen te warm kunnen worden met alle nare gevolgen van dien. Beelden….., dus ook hier is een filmpje van.


Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *