Soms wil ik iets, en als ik iets wil, dat moet het gebeuren ook. Zo werkt het een beetje daarboven in mijn hoofd, het is er met geen mogelijkheid meer uit te krijgen. Je begint met fietsen, maakt je eerste rondje van 100km+ (Rondom Stad 2014), en bent dan helemaal hyper van de adrenaline na het uitrijden hiervan. Dat smaakte blijkbaar naar meer. Je gaat meer fietsen, langere afstanden, zwaardere uitdagingen, de eerste keer 200+ (Elfstedentocht 2015), je wordt sterker en merkt dat je lijf in steeds meer instaat blijkt te zijn. Winterfietselfstedentochten, rondjes IJsselmeer, col du Galibier, Mont Ventoux, col du Tourmalet.

Een rit van Trondheim naar Oslo, iets wat tot mijn verbeelding spreekt. Mijn Oom, Omke Jan Wijnsma, reed hem ooit in 1993. De verhalen heb ik gehoord. Zelf ben ik in 2012 in Noorwegen geweest, rond getrokken met de Land Rover Defender, wat een feest, wat een adembenemend land. Ik herinner me nog dat ik vorig jaar op de woensdagavond op Kardinge stond, het regende, we schuilden bij de bushalte. Styrkeprøven kwam te sprake, Jaap vertelde. Ik was verkocht. Zodra de inschrijving open was, heb ik me ingeschreven. Misschien was dat nog wel het engste. Een stok achter de deur. De winter door fietsen, kilometers maken, afzien tijdens de winterfietselfstedentocht, en toen kwam Spaak ‘even’ tussendoor. Dat ‘andere’ wat zo in mijn hoofd zat. De uitdaging Spaak lukte, veel bloed, zweet en tranen. Het runnen van je eigen fietscafé betekend minder vrije tijd, dus minder tijd om te trainen. Toch geprobeerd zo veel mogelijk kilometers te blijven maken. De planning: het maken van drie 300km+ ritten werd hem niet, het werd er uiteindelijk één. Een rondje IJsselmeer vanaf Groningen en geëindigd op de boerderij van mijn ouders. Dik 300km, binnen de 10 uur. Ik twijfelde of Styrkeprøven me wel zou gaan lukken, juist om de mindere training van voorafgaand gepland, maar de 300km rit gaf me vertrouwen. Het ging goed en had niet verwacht het sneller dan 30km per uur te kunnen doen.

Afgelopen maandag de bus van heit en mem ingepakt en samen met zusje Marion en haar vriend Benjamin op naar het hoge noorden. Door Duitsland en Denemarken, met de boot over naar Kristiansand vanaf daar in drie dagen naar Trondheim gereden. Via de hoogvlaktes, tussen muren van sneeuw door, langs idyllische dorpjes en via de fjorden. Gehiked naar de Nigardsbreen Glacier (die in vier jaar tijd toch aanzienlijk geslonken was). Er waren veel wegwerkzaamheden onderweg, soms werd de hele weg afgesloten en moesten we een uur wachten voordat we verder mochten. Een mooie gelegenheid om de benen bergop nog even te testen. En fietsen langs het Sognefjord is toch echt niet verkeerd! Donderdag zijn we via een deel van de Styrkeprøven-route naar Trondheim gereden. Dat was even slikken. Het leek wel alsof er aan het dalen geen eind meer kwam, wat betekende dat ik dat de volgende avond/nacht weer omhoog zou moeten klimmen. De zenuwen begonnen op te spelen.

Op D-day naar het Scandic Hotel in Trondheim, startbewijs ophalen. Een invasie van wielrenners. Even later waren Herwig en Derek ook gearriveerd in Trondheim, elkaar nog even gezien en gesproken, de avonturen van de afgelopen week doorgesproken, gecheckt of we er klaar voor waren, en elkaar heel veel succes gewenst! Wel onwerkelijk om elkaar zo daar boven in Noorwegen tegen te komen en te realiseren dat ons toch wel iets onnozels te wachten stond. Terug naar het appartement, een enorm bord pasta eten, fiets klaar maken, alles controleren, frametassen inpakken met eten en rusten. Nog even proberen te slapen, maar ik was zo schijt-zenuwachtig dat me dat niet meer lukte. Om 21.30 naar de start midden in het centrum van Trondheim. Samen met een kleine 100 man (en een paar vrouwen) in het start-vak wachten tot we los mochten. De laatste succes wensen van Marion en Benjamin, wat aanmoedigingen van andere mensen om me heen, samen met de vraag of ik dit echt alleen ging doen. Het voelde fijn om alleen te kunnen starten, zonder dat je mee moest met een groep, dat ik mijn eigen tempo kon gaan fietsen.

22.00 los! Eindelijk fietsen, de zenuwen wegtrappen. Tot de eerste stop (Sokndal, 62km) in een fijne groep, samenwerken, draaien, het ging lekker. Na de eerste stop begon het toch echt donkerder te worden, wat schemer, meer was het ook niet, maar toch. De groep was uitelkaar gevallen, dus ging ik alleen verder. Eigen tempo fietsen, klimmen en genieten van de omgeving. De natuur om me heen veranderde langzaam, maar daarbij de temperatuur ook, rond de 4 graden, ik kreeg het koud en werd wat moe. Aftellen tot de tweede stop in Oppdalsporten op 106km. Van de fiets af, naar binnen, opwarmen. Maar door het temperatuurverschil werd ik erg moe. Bouillon en koffie, Noors brood (wat nou niet echt geweldig is). Maar toch bleef ik moe. Er kwam een Noor bij me aan tafel zitten, na zijn peptalk zijn we samen weer op de fiets gestapt. Hij fietste ook alleen en wou best een tijd samen fietsen. Ik twijfelde eerst, liet hem weten nou niet echt de beste klimmer te zijn en wou niet hebben dat ik hem straks zou ophouden. Maar hij bleef voet bij stuk houden. Team Cannondale was gevormd; hij op een EVO, ik op de CAAD10. Na een paar km’s te hebben gefietst, kwam ik weer wat bij, begon me weer wat fitter te voelen en kwam in een aardig klim-ritme. Het bleek dat we toch aardig het zelfde ritme hadden, wat voor ons beide enorm fijn was. Na 150km te hebben geklommen kwamen we eindelijk boven op het Dovrefjell, de hoogvlakte. Het miezerde al een lange tijd, maar aan de weg te zien, hadden we net flinke regen gemist. Wel enorm veel opspattend water, waardoor we alsnog zeiknat werden. Ik had in mijn hoofd dat na de top van het Dovrefjell het wel aardig naar beneden zou gaan, maar helaas had ik me hier wat in vergist, het was toch echt nog zeker 25km vals plat, tegenwind en kou; 2 graden. Op naar Dombas (196km), een snelle afdaling en de stop in een tent (dat was even een teleurstelling, dromend over een mooie houten huis met houtkachel of zo). Gelukkig stond er wel een hittekanon, zoveel mogelijk kleren uit, alles drogen zodat jezelf ook weer warm wordt. Dit lukte aardig. Na het eten en drinken weer op de fiets, een hele glooiende afdaling, langs watervallen, kolkende rivieren, schitterend. De Noor en ik realiserende ons dat we elkaar nog helemaal niet voorgesteld hadden, dus de Noor kreeg een naam: Thomas. Het bleef prettig fietsen, het werd weer echt licht, het werd weer warmer. Van stop naar stop fietsen werkte het beste voor ons, zo houd je het behapbaar, de rest komt later wel. Vermoeidheid kwam met vlagen, een powernap zou fijn zijn, maar en comfortabele plek kon ik niet vinden. Op 383km, in Biri, ontmoete ik Marion en Benjamin, dus bij hen op de achterbank van de bus even 20 minuten mijn ogen dicht gedaan, wat fijn! Samen met Thomas besloten wat meer mensen bij elkaar te scharrelen om een groepje samen te stellen. Dit lukte aardig, en na de stop vertrokken met we 6 personen. Helaas liep de samenwerking niet zoals gehoopt en bleven we uiteindelijk met z’n 3en over; Stefan uit Duitsland (ja, op een vouw-racefiets) sloot aan en dit matchte goed! Gemiddeld was er om de 50km een stop, maar soms was dit toch langer; 80 km en dat is dan wel verrekte lang. Vlak is het niet, veel klimmen en weer dalen, steeds op en neer, heuvel na heuvel. Zwaar en zo nu en dan deze klimmetjes vervloekend. Gelukkig blijf ik het dalen leuk vinden. Het grootste deel van de route gaat trouwens over de E6, de ‘snelweg’ van zuid naar noord. Wel twee-baans, maar toch, fietsen tussen de vrachtwagens en al het andere verkeer. Op elke afslag, rotonde of splitsing stonden verkeersregelaars, al het verkeer, elke keer weer, werd tegengehouden zodat wij door konden fietsen! Ergens langs de route stonden Noren ons aan te moedigen en boden ons brood en koffie aan, hier dankbaar gebruik van gemaakt en tijdens het foerageren nog ons zelf rijkelijk uitgelachen voor waar we in vredesnaam mee bezig waren. De Noren waren zo gastvrij en vonden het geweldig dat we even bij ze kwamen stoppen!

In Totenvika (434km) werd het avond, weer wat kouder, maar nog maar een dikke 100km te gaan. Bizar dat je op een gegeven moment denkt: ‘Yes, nog maar 100km te gaan’!, maar daarna begint het besef dat je daarmee ook nog minstens 4 uur mee bezig bent. Het is een psychologisch spel, een mentale uitdaging. Vooral het van stop naar stop fietsen helpt, en verder proberen niet te veel met de km’s bezig te zijn. Bij de stop in Totenvika kwamen we twee Nederlanders tegen: Martijn en Marten, ik herkende beide heren door hun Masarati-kleding en sprak ze aan. Een kennis van mij zou namelijk met hen meedoen. Frank was er niet, maar zij beide dus wel. Na een kort praatje gingen Thomas, Stefan en ik weer verder. Een half uur later haalden Martijn en Marten ons weer in en kwamen voor ons fietsen, we kregen hun wiel en zij zorgden er voor dat het tempo nog een beetje hoog bleef (iets wat na 440 km niet heel makkelijk meer is). Bij de een na laatste stop (Stensby Sykehus 470km) ging Marten met een ander (sneller) groepje verder, Martijn bleef bij ons, het tempo beviel hem goed. Doorfietsen, in dichtbevolkter gebiedt komen, geconcentreerd proberen te blijven ondanks de vermoeidheid en toch weer invallende nacht. Toch zo nu en dan op de Garmin kijken, aftellen. Iedereen een stukje op kop, samenwerken en elkaar aanmoedigen. De hele rit lang stonden er mensen langs de kant van de weg ons aan te moedigen, met Noorse vlaggen en al, elke keer weer kreeg ik kippenvel, zo bijzonder, lief en vooral ook heel fijn, want die aanmoedigingen hielpen me er echt wel door heen! De laatste stop, Kløfta 507km, toch nog even van de fiets, plassen, eten en drinken. Van de EHBO-er kregen we te horen dat er in de laatste dikke 30km nog twee klimmen van 2,5km en 3,5km zaten, altijd een leuk vooruitzicht. Dus hop, op de fiets voor het echte laatste loodje. Zo nu en dan werden we getrakteerd met een schitterend uitzicht over Olso by night. De twee klimmen kwamen, kuitenbijters, maar vooral de laatste was speciaal: weer terug op de E6, maar de E6 in Oslo is wél een echte snelweg, zes-baans, welke speciaal voor ons voor de helft was afgesloten. Bijzonder om zo de laatste km’s te mogen fietsen, En ja, zoals altijd: de laatste loodjes wogen ook zeker het zwaarst. Kippenvel. Na de klim was het vooral nog afdalen en via de snelweg reden we zo de Vallhall Arena binnen. Gehaald, gelukt! Adrenaline kwam weer om de hoek kijken, een paar tranen van geluk. Nog mee gekregen dan onze namen omgeroepen werden. Een medaille  omgehangen.  Elkaar omhelzen. Fiets aan de kant, zitten, eten en drinken. Even laten kwamen Marion en Benjamin ons begroeten! Het was dik twee uur ’s nachts, prima tijd voor een biertje. Samen met de heren, ‘ons’ groepje, geproost.  Uren eerder had ik op de fiets voor de grap al beloofd te speechen na het behalen van de tocht, dus met een biertje in de hand laten weten wat voor geweldig groepje we waren en hoe enorm veel ik aan hun steun heb gehad. Wat een dag, wat een rit, haast niet te omschrijven. Het was bizar, zwaar, mooi, emotioneel en vooral heel bijzonder. Je bent als mens in meer in staat dan je zelf denkt!

Henrieke

 

foto-2Zaterdag 18 juni 06.05u. Ik word wakker. Of ben ik al wakker? De hele nacht had ik onder invloed van de adrenaline gezweefd tussen slaap en opwinding. Ook met het brakke gevoel rekent de adrenaline snel af. Adrenaline zou een centrale rol opeisen gedurende de volgende 24 uur. Ik hoor Derek in de keuken in de weer met borden, bestek en allerlei zaken die hij denkt nodig te hebben bij de 543 km lange Noorse krachtmeting. Ik sta op en eet beduusd mijn yoghurt met haver, appel, banaan, rozijnen. Van alles een dubbele portie. Ik dwing mezelf alles op te eten. Ook al gaat dat niet van harte. Ik duw. En duw nog eens. Het duwen zou ook nog 24 uur duren. Ik word een beetje nerveus van Derek’s verrichtingen. Hij blijft maar over en weer lopen van de slaapkamer, via de keuken naar de badkamer en weer terug. Hij is steeds met drie dingen tegelijk bezig. Lijkt me hoogst inefficient. Ik zeg er niets van want het is waarschijnlijk zijn manier om de spanning te trotseren.
Het appartementje was via airbnb geboekt en we hadden ons de avond voordien afgetopt met dubbele porties zelfgekookte pasta terwijl Roemenie roemloos ten onder ging tegen voetbaldwergstaat Albanië. Dat krijg je als je hoogmoedig wordt. Les 1: wees nooit hoogmoedig bij krachtmetingen. Het flatje lag dichtbij de startplaats. 5 minuutjes fietsen. In een doodstille stad tracht ik de tramrails te ontwijken. Niet vallen nu. Bij de finish mag ik vallen, maar niet nu. Een honderdtal fietsers – sommigen met aanhang, anderen in kleine groepjes en nog anderen moederziel alleen – op Trondheim Torg, een mislukte poging van een doorgeschoten vissersstad om ook een Rode Plein aan de toeristen te kunnen bieden. Geef mij dan maar de Vismarkt. Op het podium zit een Noorse speaker op een stoel die onafgebroken namen noemt. Tenminste, dat leid ik af uit de beweging van de deelnemers naar de startlijn. Plotseling spitsen Derek en ik de oren als we iets horen dat lijkt op ‘het Trapstel uit Groningen’. Onze namen herkennen we niet maar voor de zekerheid schuifelen we ook maar naar voren. Dan begint het aftellen: fire, tre, to, en. We zijn vertrokken. In een groepje van 80 man kronkelen we de stad uit. Het druilt en is wat mistig en het wegdek is spekglad. Putdeksels, scheuren, tramrails en andere killers grijnzen je toe. Opperste concentratie. Niet vallen nu. Bij de finish mag het, maar niet nu. Ik vind het te link en na enkele kilometers gebaar ik Derek dat ik naar voren wil. We settelen ons op een comfortabele 5e rij. Het tempo ligt op light niveau. Warm draaien. Trapstelregels worden aan de laars gelapt en het lukt Derek en mij niet om netjes naast elkaar te blijven rijden. Na 20 km rijd ik in het wiel van Derek en voel mijn voorband leeg lopen. Ik roep ‘lek’ maar niemand reageert. Shit, dit is niet het Trapstel. Ik laat me afzakken en sta één minuut later aan de kant van de weg. Alleen. Zonder routekennis. Ik draai mijn fiets ondersteboven en begin als een robot mijn band te wisselen. Er rijdt een groep fietsers voorbij. Die zijn 5 minuten na ons vertrokken en dus de allerlaatste deelnemers. Het dringt tot me door dat ik bij niemand zal kunnen aanhaken. En Jaap had nog zo gezegd dat ik me in het begin moet sparen. Paniek slaat toe. Er stopt een BMW naast me. Even denk ik aan een reddende engel maar het blijkt een plaatselijke journalist te zijn die mijn vroege lekke band wel nieuwswaardig vindt en in het Nenglish een interview begint af te nemen en tientallen foto’s van me maakt terwijl ik trillend van woede, teleurstelling en wanhoop mijn band van mijn velg wil halen. Waar ik vandaan kom? Waarom ik mee doe? Hoe oud ik ben? Of ik mijn naam even in zijn iphone kan intoetsen? Of het de eerste keer is dat ik mee doe? Sommige vragen moet ik drie keer beantwoorden voor hij begrijpt wat ik wil zeggen. En ondertussen wil die k..band er niet af. Het huilen staat me naderbij dan het lachen. Heb ik hiervoor getraind ? Mijn band breng ik uiteindelijk op druk met mijn laatste CO2 cilindertje – iets wat die journalist nog heel interessant had gevonden en nog wel een paar vragen over wist te bedenken. Uiteindelijk verlies ik vijfentwintig minuten voor ik verder kan. Ik bedank de journalist nog voor zijn gezelschap en begin te rijden. Koud. Ik besef dat ik die achterstand niet zomaar dicht rijd. En ik heb geen enkel vertrouwen in die voorband. Ik had met dezelfde band twee dagen eerder ook al lek gereden. Nog een lekke band zou betekenen dat ik op de technische dienst zou moeten wachten. De negatieve gedachten buitelden over elkaar heen. Les 2 : monteer nieuwe banden als je wil meedoen aan de krachtmeting i.p.v. ze thuis in de kast te laten liggen. Op 62 km ligt de eerste bevoorradingspost. Ik arriveer er als laatste en beperk me tot een korte stop. Iets later begin ik de eerste deelnemers in te halen. Het geeft moed om telkens iemand in het vizier te hebben, het gat dicht te rijden en dan er langs te glijden. Ik probeer Jaaps advies (sparen sparen sparen) in gedachte te houden. Ik weet dat er in het begin evenredig veel moet geklommen worden maar toch, als ik mijn overall uurgemiddelde extrapoleer naar 543 km, red ik het niet in 24 uur. Ik trap harder. De dood of de gladiolen. Net wanneer ik in een lekker tempo kom en vertrouwen hervind in de voorband, schakel ik bij 78,6 km verkeerd en komt mijn ketting vast te zitten tussen kettingblad en frame. Fiets op de kop. Geen beweging in die k..ketting te krijgen. De tranen staan in mijn ogen terwijl alle fietsers die ik had ingehaald mij weer voorbij rijden. Met verwoede pogingen sleur ik mijn ketting los. De handen zijn helemaal zwart. Ik verlies tien minuten. Ongelooflijk. Nog nooit gebeurd. Is dit een voorteken van wat mij nog allemaal te wachten staat? Ik begin weer aan een inhaalrace. Het spaaradvies van Jaap was goed bedoeld maar daar heb ik nu even geen tijd voor. Bij de volgende bevoorrading (106 km, 800 hm) zie ik weer dezelfde mensen. Ik heb meer dan 4,5 uur gedaan om 106 km ver te komen. Een totale ramp. Korte plaspauze en door. Ik weet dat de zwaarste sectie van de hele dag nu gaat komen en de volgende stop is pas bij 196 km. Ik moet mijn gemiddelde opkrikken als ik binnen 24 uur wil eindigen. Waarom weet ik niet, maar mijn beenstukken hebben er ook geen zin meer in en zakken steeds weer tot op mijn knieën. Ontelbare keren trek ik ze al stampend en vloekend zowat tot in mijn bilnaad. Het kettingvet zit overal, maar niet meer op de vingers. De rit over de hoogvlakte is koud en lang en minder vlak dan gedacht. Maar ik zit nu in een opgelegde roes en blijf maar fietsers inhalen. Ik bid dat ik niet zoals de Roemenen roemloos ten onder zal gaan. De laatste 15 km vóór de afdaling inzet, heb ik de wind pal tegen, windkracht 5. Ik kan 24 kmu aanhouden maar het kost krachten. Ik neem een paar fietsers op sleeptouw. Op een gegeven moment zie ik 500 meter vóór mij een fietser die door een begeleidingsbusje uit de wind wordt gehouden. Dat wil ik ook wel. Ik tracht ernaar toe te rijden maar net voor ik aansluiting vind, rijdt het busje er van door. De fietser gebruikt vervolgens mij als busje. In de afdaling spaar ik me niet. Met een noodgang vlieg ik de volgende bevoorradingspost in. Mijn gemiddelde staat nu op 27,9 kmu. En wat zie ik daar op een bankje zitten? Een rood Trapstel shirtje! Derek was net voor mij bij de post gearriveerd en we besluiten na een korte stop samen verder te rijden. Ik had 180 km nagenoeg alleen gereden en de benen waren flink verzuurd. Ik dwing mezelf het rustiger aan te gaan doen en bij Derek blijven zou daarbij helpen. Het volgende traject is netto bergafwaarts en het effect is goed merkbaar. Het zonnetje breekt door en we rijden een lekker tempo. Regelmatig staat er meer dan 40 kmu op de teller. De benen kunnen recupereren en langzaam maar zeker krijgt de tocht een ander karakter: we hebben de saaie E6 ingeruild voor provinciale wegen en het genieten kan nu eindelijk voorop staan. Een prachtig landschap, nauwelijks autoverkeer en het besef groeit dat ik met iets bijzonders bezig ben. Wanhoop maakt plaats voor geloof in een goede afloop. Bij km 263 komen we weer bij Kvam, het stadje waar Derek en ik de dag voordien de trein naar Trondheim hadden genomen, waar ik met Diana twee dagen had verbleven (en dus voor mij bekend terrein) en waar Diana ‘s ochtends haar 279 km Styrkeproven naar Oslo was begonnen. Een intens gevoel van geluk. Mijn gemiddelde staat nu op 29,6 kmu. Maar die voorband blijft me wel zorgen baren. En dus besluit ik bij de volgende stop (307 km) om technische hulp in te roepen en een nieuwe band te laten monteren, terwijl ik wil genieten van een heerlijke kom soep. Maar dat was op te veel geluk gerekend. Nee mijnheer, bij deze bevoorrading is geen technische hulp voorzien. Ik vraag dan maar of de fietsenmaker speciaal voor mij wil komen. Natuurlijk mijnheer, maar dat kan 15 minuutjes duren. Ik zeg Derek dat hij alvast mag gaan rijden en dat ik hem wel weer zal inhalen. 15 minuten worden uiteindelijk 25 minuten en dan blijkt de fietsenmaker geen buitenbanden bij zich te hebben! Ik ontplof zo wat. Gelukkig schiet een andere mechanieker ter hulp (die had daar de hele tijd op de parking gestaan maar dat was blijkbaar niet bekend bij de organisatie …) en kan ik met een nieuwe voorband weer verder. Net voor ik de weg weer oprijd, zie ik dat mijn fietscomputer is uitgevallen. Snel de reserve batterij erin. Betekent wel dat de rit op strava in twee stukken is gehakt, maar who cares? Van Diana krijg ik een SMS berichtje dat ze binnen is. In 11 uur. Wat een prestatie. Later zou ze me vertellen dat ze de hele 279 km goeddeels alleen heeft gereden. Andere deelnemers waren ofwel veel te sterk ofwel veel zwakker dan haar. Wat een prachtmeid. Met de nieuwe band rijdt mijn fiets een stuk lekkerder . En alle melkzuur is uit de benen verdwenen. Volle bak. Na 63 minuten met een gemiddelde van 41 kmu heb ik Derek weer in het vizier. Samen rijden we de post van 383 km binnen en verorberen weer een aantal kommen soep met brood. Vanaf nu is het nog 160 km, een flinke zondagse trapsteltocht, zeg maar. Met Derek in het zog fietsen we over glooiend terrein, met af en toe toch een venijnig kuitenbijtertje. Derek geeft het tempo aan. Met een adembenemende zonsondergang valt het duister rond half twaalf in. Kilometer na kilometer rollen onder de wielen door. De lampjes gaan aan. Het wegdek is op sommige stukken barslecht. Scheuren waar een band van een mountainbike in verdwijnt. Het is link. En dan begint het te regenen. Eerst zachtjes, maar dan steeds feller. De temperatuur zakt. Ik kijk vaak achterom om te checken of Derek nog in mijn wiel zit. Hij is stil. Doodstil. Ik wil hem niet achterlaten en houd me vaak in om hem weer aan te laten sluiten. Op een gegeven moment zie ik hem niet meer tijdens een klim. Eerst denk ik dat hij zijn regenjasje wel zal hebben aangetrokken. Ik houd in. Een minuut, twee minuten. Geen Derek te zien. Zou hij toch gevallen zijn? Ik keer om en daal voorzichtig af. Een tegemoetkomende fietslamp verblindt me. Ik roep Derek. Ik rijd naar de lamp. Ik krijg een scheldende Duitser terug die zegt dat ik voorzichtiger moet zijn. Ik daal verder af. Ik maak me zorgen en speur de bermen af. En dan zie ik Derek die inderdaad zijn regenjasje had aangetrokken en wat extra voeding had genomen. Het blijft maar regenen. Ik raak tot op het bot doorweekt. Het is geen pretje om na 450 km bij 5C op je fiets te blijven zitten. Alles doet pijn. Vingers en tenen bevriezen. De kont staat in brand. Remmen en schakelen lukt niet meer fatsoenlijk. Scheuren in de weg. Wegwerkzaamheden. Putten in de weg. Stukken gravel. Nergens wegverlichting. Bloedjelink. De laatste drie uren laten zich in één woord samenvatten: een helletocht. Elke kilometer duurt eigenlijk te lang. Twintig kilometer voor het einde sluiten een handjevol fietsers zich bij ons aan. Derek en ik scheuren ons weer los. Ik ken weinig andere renners die zich zo fanatiek als Derek in een wiel kunnen vastbijten. Wat heeft die man een wilskracht. Bij het binnenrijden van Oslo via de E6 moet Derek lossen op een lange klim en geeft hij aan dat ik mag gaan. Er is nu wel straatverlichting en het is nog ongeveer 6 km of zo. Ik zet aan en laat hem achter. Ik gooi al mijn frustratie van het begin van de rit uit mijn lijf en vind nieuwe krachten. Tegen topsnelheid rijd ik over de finishlijn. Ik hoor mijn naam door de speakers. 100 meter achter de finish kom ik verdwaasd tot stilstand. Een Noorse blonde komt me hijgend achterna gerend en hangt een medaille om mijn nek. Ik val haar om de hals. Ze zegt iets Noors tegen me. Ik weet niet wat maar het is vast iets liefs. Diana belt me en zegt proficiat. Zij had de hele nacht haar app in de gaten gehouden i.p.v. te slapen en gewacht op mijn aankomst. Wat een prachtmeid. En ik, ik voel me klaar voor de UltraDolomitica. Wie gaat er mee?

Herwig

 

 

  • I tell Hilke, this is our annual holiday right? We won’t be doing anything too difficult as I don’t want to arrive at the start of the Styrkeproven tired. It worked, but Hilke proved just how tough she is by taking in the huge climb up the Vikafjellet pulling our beautiful daughter up the mountain in the burly trailer. I struggled too, an extra 30 kg makes a huge difference and I just couldn’t get along with the one wheel Bob trailer.

    Too soon the holiday was over and it was time to focus on the race. Herwig had booked us into accommodation just a few km’s from the race start area and the pre-race HQ from where we picked up our tickets (and met up with Henrieke to wish each other success!) was even closer. We rode together to drop off my trailer, only to find no truck to load it onto and the news I’d have to return with it in the morning, just before the start. Not ideal. So next up a shopping trip to pick up food for our pre-race meal and the next mornings breakfast, after which we turned in early. I didn’t sleep well, in truth I never do before these kind of events.

    Up early the next morning, I make my porridge, eat bread and jam and drink copious amounts of tea. I’m in the zone and hardly notice Herwig doing his own thing with his breakfast. Little is said between us, this is what we have come for and we both find our own way of processing it. I leave the apartment first to drop off the trailer, which was a simple and straight forward job. Then Herwig arrives and we wait to be called forward. Now it begins.

    The starting pace was gentle, but the riders were nervous. As we increased pace the riding became more erratic and I became more alarmed, calling out on more than one occasion for riders to ‘calm down’. I feared a collision and so moved forward in the group to get closer to the front and the safety of the more experienced riders. It worked and soon we were rolling along at a decent pace with no further need to feather my brakes. I felt we were flying, with Herwig tucked in just behind. Then he called out. I wasn’t sure what he had said, but suspected it was he needed to slow down because of a problem. My decision was instantaneous and may seem to some wrong, but this was a long, long event and we would at times have to ride our own race. I left him behind, not wanting to forgo the drafting and speed the front riders were giving me.

    The group thinned down as we hit the feed stations and I ended up riding alone, as I would invariably leave the feed stations earlier than the other riders. I felt strong, so was not worried by this, but was also smart enough to jump on any wheels that came passing by at a pace I was happy with. It was a good strategy, by the half way point I was under 10 hours total time which would more than see me achieve my own personal target that I had set myself.

    Sat on a bench eating my sandwich, I hear a familiar voice and turn to see Herwig standing there. I was surprised, I genuinely never expected to see him again until the finish. I listened to his tale of woe, the puncture, the chain. I’m kind, but think only a fool arrives for such an important event with a tyre and bike not in tip-top condition (I later tell Herwig this and he agrees with me!). We decide to ride together and are soon on the road again, setting a nice tempo. I’m genuinely pleased with how strong Herwig appears as we have been working together on his training/coaching and it’s good to see it showing such results. As the day begins to come to an end, he announces that at the next feed station he will change the tyre, not wanting to go into the night with a possible problem. Hmm I think, as long as it’s a quick job. Then he announces he will wait 20 minutes for the mechanic to change the tyre (I never did get a reasonable answer as to why HE could not do this!) and I initially decide to wait with him, but after eating double helpings of sandwiches and soup and no sign of a mechanic, I decide to leave and tell Herwig I will ride slowly to allow him to catch up.

    I’ll never know if the following hours riding (that’s how long it took Herwig to catch up) at a silly slow pace cost me my own personal finishing time, because I broke two of my own rules. The first was don’t slow down unnecessarily and the second was NEVER ride at another riders pace if you are uncomfortable with it. Now here’s the rub; I could never complete the high intensity sessions I had been giving Herwig, my one remaining lung made that kind of effort impossible to breathe, but Herwig, well it had made a huge difference to his riding. He was much stronger than me and while in the early part of our riding together I could hold his wheel, later it became a trial of strength the like of which I’ve seldom experienced. Only pride and stubbornness kept me from getting dropped (and of course the kindness of Herwig himself) but I was suffering. By the time we reached the final 30 km’s I was done in, I reached into my very soul to find a strength I never believed I had in me. My lung was on fire, my legs were shredded and yet still the hills kept coming. I’d get out of the saddle to ease the pain in my backside, but my legs would almost buckle from the effort. Six kilometres from the finish I told Herwig to go, I didn’t know if I’d have to walk the final hill to the finish and needed to find something special. I thought back to October 2012 when I stood in the oncologists office and his words to me: “12 months, 18 at best”. ‘Fuck you’ I shouted aloud, you will not deny me. I sped up – did I actually close the huge gap Herwig had made on me? (he finished 3 minutes in front) and crossed the finish line, lung heaving. I never really noticed the girl placing the medal around my neck, I had spotted Herwig and quickly made my way across. A feeble ‘high five’ from me, but the smiles said it all. We had done it.

    I am so proud of the people who made this possible. We couldn’t have asked for better companions than Diana and Herwig on our vacation and the help they provided. Four Trapsters set out and four finished, heroes all. But the biggest hero of all was my wife Hilke. Next up, I’m hoping to ride the Race Across Germany, 1,100 km’s in 56 hours. After that? well then it really gets silly!

    Derek

 

Het is vrijdag ochtend 17 juni en Herwig en ik rijden van Kvamfjellet waar we hebben overnacht terug naar Kvam waar ik de laatste avond voor de tocht in een hut logeer op de camping naast de startplaats. Tegen 10 uur nemen we afscheid en rijdt Herwig naar Otta waar hij samen met Derek de trein neemt naar Trondheim. Er is niet veel te beleven in Kvam en de camping blijft lange tijd angstvallig stil terwijl er toch een kleine honderd rijders vanuit Kvam gaan rijden. Ik dood de tijd met eten, het checken van het weerbericht van diverse plaatsen op de route, Sudoko’s en nog maar eens checken of de Garmin echt stuk is, misschien als ik hem nog een keer uit en aan zet doet ‘ie het weer. Nee hoor, dat wordt rijden op gevoel morgen. s Avonds ga ik eten in het Motell naast de startplek en tref daar een aantal fietsers en gedurende het eten komen er nog steeds auto’s met fietsers aan. Ook terug op de camping blijken opeens bijna alle hutjes bezet, een groep Noorse mannen die elkaar allemaal kennen beginnen de fietsen klaar te maken. Ik maak wat contact maar geen concrete afspraken om samen te rijden. ik probeer op tijd te gaan slapen maar kan moeilijk de slaap vatten. De volgende ochtend sta ik niet helemaal uitgerust op, duw ontbijt naar binnen en begeef me naar de startplaats. Nog even een kop koffie en dan starten. Mijn officiele starttijd is 8.10 maar ik besluit achter aan te sluiten bij de groep van 8 uur in de hoop wat aansluiting te vinden. Een grote groep dames met shirtjes Girlpower staat voorop. Het startschot klinkt en weg gaan we. De dames blijken een (semi?) professionele club want ze gaan er met een rotvaart vandoor, ook de andere deelnemers zijn supersnel weg, ik ben toch meer een diesel en aansluiten is dan ook totaal geen optie. Een geel jasje blijft op een vaste afstand en is mijn baken voor de route aangezien de Garmin het niet doet. Het bordje op de E6 geeft aan dat Oslo 271km is.. waar ben ik aan begonnen. Bij de eerste grote kruising zie ik dat de route toch gepijld is dus gelukkig hoef ik niet de maps.me met de route te openen op de telefoon. Ik besluit dat ik mijn eigen rit moet rijden met mijn eigen tempo en spirit. Op een briefje heb ik alle afstanden gezet van de stops 44 km, 120km, 172 km, 207km, 244 km en dan de eindstreep op 279km. Ik besluit bij elke stop even wat te eten en te drinken. Om 12.09 uur ben ik op de stopplaats van 120 km inclusief mijn korte stop op 44 km, het gaat fantastisch! Ik eet brood en drink energie drank en voel me super. De weg naar de volgende stop krijg ik een dip, mijn buik klotst van de energiedrank en ik voel me licht worden in mijn hoofd, het bordje van “5 km stopplaats” blijft langer weg dan verwacht terwijl ik voor mijn gevoel goed tempo houd. Ik word ingehaald door een jongen en meid die in de buurt blijven en samen met hun bereik ik de stopplaats van 172 km. Water dat is wat ik wil, ik vul ook 1 bidon met alleen water. Brood krijg ik niet meer weg, maar ja ik moet toch eten.. Even naar toilet, daar word je niet echt beter van met zulke plee’s zonder afvoer en wat “blauw spul” over de berg van al je voorgangers…. Ik zet me over mijn aversie van bananen heen en eet twee stukken banaan en ga nog even zitten. Ik begin me weer beter te voelen. Mijn mederijders zijn alweer vertrokken. Ik stap ook weer op en bij elke volgende stop zie ik dezelfde mensen terug. Bij 207 km stuur ik snel een sms naar Herwig dat het goed gaat. Bij de 244 km stop is het nog maar ongeveer 40 km! Het einde is in zicht. Zoals geschreven door de andere rijders zijn er vlak voor Oslo nog een paar vervelende hellingen. Vooral de klim op de E6 waarbij auto’s met meer dan 120 km/hr je voorbijrazen lijkt het alsof je stil staat. Boven op deze helling pak ik het enige gelletje wat ik bij me had, Herwig had die mij gegeven voor als ik er doorheen zat, ik wist niet precies hoe ver het nog was en dacht, als er nu nog zoiets komt… Vlak na dit moment zie ik een bordje 10 km en de laatste km’s raas ik door naar de eindstreep. Bij binnenkomst zie ik dat mijn totale tijd inclusief stops 11 uur is geworden en ben ik super trots, Wat een geweldige ervaring, mooi tocht en prachtige afsluiting van 2 weken fietsvakantie in Noorwegen.

Diana

Gepubliceerd op: 13 oktober 2018 om 19:00 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.