“Zou je het leuk vinden om de volgende Renner in Beeld te zijn?”, zei Nienke met i-e na afloop van de ALV. Wel, leuk is zacht uitgedrukt. Het is mij een ware eer het stokje over te nemen van Nienke en iets over mijzelf te vertellen en mijn vermaarde renner aspiraties. De bijnaam Das Phantom draag ik per slot van rekening niet voor niets.

Velen van jullie zullen hebben ongetwijfeld al wel eens de biografie gelezen op mijn blog ‘Kuitenbijters blaffen niet’. Ik zal proberen deze proza niet als een aha-erlebnis over te laten komen op de lezer. Lastig, want mijn writersblock blijkt hardnekkig. Toch een poging.

Op 12 juli 1976 besloot ik het levenslicht tegemoet te treden in een rijtjeswoning in Sneek. Zoon van Andries en Jaike Deinum. Vier jaar later was het gezin compleet met de geboorte van mijn zusje, Elbrich. Over de 1e 6 jaren valt niet meer te vertellen dan dat ik dit, voor zover ik mij kan herinneren, als een warm bad heb ervaren. Liefdevol grootgebracht zullen we maar zeggen. Het was ook in deze jaren dat mijn vader de overstap maakte van voetballer bij ONS Sneek naar wielrenner bij de plaatselijke toerfietsclub RTC Rally. Het wielervirus deed zijn intrede in huize Deinum. Ik zat in die jaren nog volop aan de rijstebrij, dus ik mag stellen dat het wielrennen mij met de paplepel is ingegoten.

Op een gegeven moment ging mijn vader wedstrijden rijden en stond ik als toeschouwer hartstochtelijk mijn vader aan te moedigen bij de nodige wielerrondes, koppelkoersen en tijdritten.  Was mijn vader een succesvol renner? Geen winnaar, maar nu ik er zo over nadenk typeer ik hem als een premiejager. Kazen, horloges en grote hompen vlees waren zijn deel voor het winnen van de nodige tussensprints.

Kijken is leuk, maar zelf doen is nog leuker. Rond mijn 8e levensjaar kreeg ik mijn eerste racefiets. Een stalen ros van Batavus, maagdelijk wit. In 1985 reed ik er mijn eerste georganiseerde fietstocht mee, de mini-Elfstedentocht. Ook werd ik lid van w.v. Sneek al was dat meer het gevolg van een wervingsactie van nieuwe leden. Fietsen deed ik voornamelijk in de periode rond de Tour de France in een geel shirt. Ik reed dan vele rondjes om een huizenblok in een gigantisch groot denkbeeldig peloton. Uiteraard demarreerde ik enkele ronden voor het einde en passeerde ik met de handen in de lucht een met krijt getrokken streep.

Voetbal was toentertijd mijn sport. Ik voetbalde sinds mijn zesde bij LSC 1890 uit Sneek. Het 100-jarig bestaan van die vereniging staat mij nog helder voor de geest. Een groot festijn met onder meer deelname aan het TV programma ‘De Bal is Rond’. Op mijn 18e, nadat ik met mijn ouders en zusje was verhuisd naar Heerenveen, heb ik de voetbalschoenen in de wilgen gehangen. Bij het ophangen van de voetbalschoenen heb ik het tennisracket er weer uitgehaald. Deze edele sport heb ik enkel recreatief beoefend.

Naast de verscheidene sportbeoefeningen werd er ook nog gestudeerd en gefeest. Drukte alom. Van de HAVO (RSG Sneek) naar de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (Personeel & Arbeid – management) om vervolgens te eindigen op de Rijksuniversiteit Groningen (Arbeids- en Organisatiepsychologie). Deze laatste opleiding heb ik niet afgerond, maar heeft er wel voor gezorgd dat ik mij ben gaan settelen in de Parel van het Noorden.

In mijn prille jaren als Stadjer werd ik opgezogen door alles wat deze prachtige stad te bieden heeft. De binnenstad was mijn tweede huis. Er was maar één reden om dé stad te verlaten, namelijk mijn schatje in een ander stadje. Ieder weekend hadden we een date. De ene keer in Groningen, de andere keer in Bolsward. In Bolsward mocht ik ruiken aan de verantwoordelijkheden die horen bij het ouderschap, want Marjan had al een dochter van vijf. Na de nodige bezoeken aan mijn nederige stulp in de binnenstad aan de Oude Ebbingestraat werd het ook de meiden duidelijk dat er toch écht niets boven Groningen gaat. Ook de Giro d’Italia in Groningen droeg daar aan bij. Magnifiek om het circus aan je neus voorbij te zien razen al zittend in je eigen vensterbank. De optocht van Sinterklaas met de olifanten, toch ook indrukwekkend voor Sanne, verbleekte daarbij. Daarnaast bleek de liefde voor eeuwig, dus we kochten een huis in de wijk Selwerd. Prachtig gesitueerd aan de buitenkant van de stad

 

Iedereen kent het verhaal van de bloemetjes en de bijtjes, maar de details zal ik de lezer besparen. Uiteindelijk heeft het bij ons wel geleid tot de geboorte van Bente (7 jaar) en Jurre (3 maanden). Wat nog ontbrak was een hobby waar ik mij op zou kunnen storten in mijn vrije tijd. Het stappen, het uitslapen van de roes en het dealen met de kater behoorde op een gegeven moment niet meer tot mijn standaard (weekend)uitrusting. Ik besloot gehoor te geven aan mijn innerlijk verlangen sportief te zijn. Ik kocht een fiets voor de ritjes op zondag. Een Giant crosshybride. Doordat ik nagenoeg altijd op verharde wegen reed en ik wel eens meer dan 30 – 50 km wilde fietsen, besloot ik de crosshybride in te ruilen voor een tweedehands racefiets. Dat werd een blauw gele Koga Miyata Grand Racer van staal. De volgende stap was mij aan te sluiten bij een fietsclub. Wat is er nu leuker om met mede fietsfanaten sterk geromantiseerde wielerbelevenissen te delen, te leren en nevenactiviteiten te ondernemen? TC Het Trapstel bleek daarvoor de fietsclub bij uitstek! Ik werd in februari 2010 met open armen ontvangen door een uiterst gemêleerd gezelschap als lidnummer 52. Sindsdien is het ledenaantal meer dan verdubbeld. Dat zegt niets over mij, maar alles over Het Trapstel met ‘dochterverenigingen’ als Het Tapstel (drankgelach) en Het Klapstel (schaatsplezier).

 

Weer terug naar de fiets. Tijdens mijn eerste gezamenlijke fietstocht met Het Trapstel, de Friese Vlaanderentocht, werd vastgesteld dat ik als een hoepel op de fiets zat. Peter de Jong en kornuiten gaven de nodige aanwijzingen en het zadel ging enkele centimeters de lucht in. Peter bood na afloop aan mijn Koga eens onder handen te nemen. Na deze geweldige pimp my ride-aktie, want alleen het frame bleef intact, reed deze als een zonnetje. Tóch zijn mijn vader en ik in het najaar van 2010 binnengelopen bij Bike Centre Dik. Na een gezellig en kundig onderhoud liepen we enkele weken later naar buiten met 2 full carbon Koga’s. Mijn vader met de Team Edition 2011 en ik met de Kimera Road 2010. Nog steeds streel ik in het voorbijgaan regelmatig even met de hand over de fiets. Ook deze liefde is eeuwig, uiteraard met goedkeuring van Marjan

Voor het komende wielerseizoen heb ik mij voorgenomen meer op de fiets te zitten dan het afgelopen jaar. Mijn blinde ambitie in 2010 om een van de snellere Trapstellers te worden, heeft plaats moeten maken voor berusting dat dit er voor mij niet inzit. Daarvoor maak ik simpelweg te weinig kilometers en ben ik mentaal onvoldoende weerbaar. Echte winnaars kunnen meerdere keren doodgaan tijdens een rit. Ik maar één keer. Doe mij daarom maar ‘Medium’, ‘Light’ en de strijd om de plaatsnaambordjes. Het hoogtepunt tot dusver is mijn lidmaatschap van de leukste wielervereniging van Stad en Ommeland, TC Het Trapstel. Het sportieve hoogtepunt volgt ongetwijfeld nog in de komende jaren.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:28 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.