Mijn eerste racefiets kreeg ik tijdens de zomervakantie. Na lang zeuren, had mijn vader het stuur van mijn gewone fiets zodanig gedraaid dat het met enige fantasie leek op een gekromd racefietsstuur.

Met deze geprepareerde fiets – die zeker twee keer zo snel was, zo wezen onze metingen met de stopwatch uit – deed ik samen met mijn broers en kinderen uit de buurt de Tour de France na op de weg rondom het Kometenveld.

Blind doken we de bochten in om maar de snelste tijd te kunnen klokken. En hoewel het een verkeersluwe straat was, mag het een wonder heten dat er nooit iets ergers is gebeurd dan een paar schaafplekken en wat blikschade als gevolg van een botsing met een ongelukkig geparkeerde auto.

Verder dan deze wieleravonturen en enkele deelnames aan plaatselijke wedstrijdjes, kwamen mijn aspiraties op fietsgebied niet. Ik had namelijk gekozen voor Koning Voetbal en daar kon zelfs het feit dat de wielerbaan van de Peddelaars zo’n beetje grensde aan onze achtertuin helemaal niets aan veranderen.

Totdat ik vele jaren later op vakantie in Zuid-Limburg het fietsen herontdekte. Ik kocht een fiets met een écht racefietsstuur en sloot me een jaar geleden aan bij de Rode Trein, waar het me zo goed bevalt dat ik hoop nog lange tijd mee te kunnen dieselen door het Ommeland.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:38 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.