In de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam het wielrennen voor het eerst tot mij. Hoe? Ik was de buurjongen van Wimpie Damen. En Wimpie was de zoon van Piet Damen, een fameus wielrenner in die jaren . En.. Piet Damen was –als enige in de buurt- in het bezit van een TV! En dus was Wimpie een allemansvriend. Terwijl Piet glorieerde in de Tour de France zat ik met Wimpie naar Pipo de Clown te kijken.  Toen Piet in de Tour van 1961 opgaf, begon de wielercarrière van Eddy M. Ik kon toen nog niet bevroeden –kijkende naar Pipo- welk een rol Eddy M. in mijn leven zou gaan spelen.

’s Morgens op 13 februari  1967, we woonden nog steeds naast Piet Damen, nu in ruste, liep ik naar de van Baerlestraat. Daar op die morgen, ik was 16 geworden, stond een Puch voor mij klaar. Uiteraard moest de Puch Skyway “Kikker Haags” (i.t.t. Plu-Haags) gemaakt worden. Potje doorslaan, hoger stuur, opvoeren, verstelbare sproeier, groot achterlicht ……..etc.

Vanaf dat moment fietste ik niet meer, ik bromde. Eddy M. niet. Die fietste de gehele wielerwereld aan gort. Vele jaren later zouden wij, overnachtend in een “Relax-Hotel”  gezeten in de huiskamer van wijlen de tourarts van Eddy M., uitkijkend op de binnenplaats waar hij zich verhangen had, vernemen dat de kannibaal niet alleen maar boterhammen met pindakaas at.

Juli 1969. Samen met vriend Hans op onze Puchs  naar Frankrijk.  Normandie, Bretagne en Parijs waren de doelen. In Parijs nam Michelle ons mee naar de Champs- Elysees. En daar zagen wij de Kannibaal, de Wielergod, alle prijzen wegkapend die er  maar te halen waren.  En dat in zijn eerste tour. En met maar liefst 17 minuten voorsprong op Pingeon! Omhangen met groen, geel  en bolletjes. Die avond hebben wij heel wat bolletjes achterover geslagen. De volgende morgen bromden  we -geel  en groen van ellende- weer huiswaarts.

Met een koffertje in de hand stapte ik in diezelfde zomer uit de trein. Ik ging studeren in Groningen. Eerst maar een patatje halen bij Brander op de Grote Markt en daarna een woning zoeken. Alras vond ik een gezellig krot in de Oosterpoort. Maar ik had een probleem. Geen vervoer. Ik legde het probleem voor aan Rem. Rem had een wielerzaak aan de Oosterweg. Een eigenaar van een wielerzaak die Rem heette!  En hij had een broer:  Wim. Wim Buiter. En die verkocht aan de Westersingel racefietsen. En daar, bij Wim kocht ik mijn eerste racefiets. Een blauwe Peugeot, met spatborden en lamp. Maar voor een Puch-pimper is het pimpen van een Peugeot met spatborden een klein kunstje.

Met een aantal buren werd een heuse fietsclub geformeerd. EFDNDK. Eerst Fietsen, Dan Naar De Kroeg. Frits, een onzer leden, kon het hardst fietsen. Ook hij had een gepimpte Peugeot. Tweedehands gekocht met kettingslot. En er was geen sleutel geleverd bij dat slot. Dat kettingslot was wel een handicap voor Frits.  Ontsnappingen waren er veelvuldig. Als je achter je een luid gerammel hoorde, wist je dat de vreeslijke Frits in je wiel hing. Al snel had Frits de bijnaam “Rem Kannibaal”. Veel indruk maakte ook Hans. Hij had een Koga, ging gekleed in een heus wielerpak soigneerde zijn benen en rookte in plaats van Javaanse Jongens filtersigaretten.

Later werd de fietsclub omgedoopt in EFDEHZ. Eerst Fietsen, Dan Een Hotel Zoeken. We waren Groningen ontgroeid. De bulten van Limburg, de heuvels van Duitsland en de bergen van Frankrijk waren onze nieuwe doelen geworden. Soms hadden we beter eerst een hotel kunnen gaan zoeken. Maar zoekt en gij zult vinden vond Hans, die trouwens ook redelijk Bijbelvast  was. Dat deed ons wel belanden op zolders van bejaardenhuizen, kamers met beesten, slaapzalen met vieze matrassen  en het eerder genoemde,  tot Relax hotel omgebouwde onderkomen van de dokter van Eddy. Eigenlijk mocht je daar maar een uur logeren. Maar de klanten waren schaars die avond. Nadat we wat natuurvideo’s bekeken hadden (ander aanbod was er niet) maakten we een praatje met de eigenaresse.  Sappige verhalen over onze held Eddy kwamen tot ons.

Nog later, het fietsen was wat op een zijspoor geraakt want Hans had een nieuwe vriend die niet van fietsen hield, Rem Kannibaal Frits had de brui eraan gegeven toen zijn slot toch een keer in de spaken kwam en anderen waren verhuisd. Eddy M. verdween uit mijn gedachten. Ik ging hardlopen. Totdat ik G. tegenkwam. Van hem moest ik kennismaken met het Trapstel.  De eerste die ik daar zag was M. gezeten op een rode Eddy M. dat was een voorteken. Ik moest weer gaan fietsen!  E. ook net clublid  schouwde mijn fiets en kwam tot de conclusie dat het zo niet verder kon. Een paar maand later ging de telefoon. E.: ik heb een fiets voor je. Een Eddy M. ! De rest wordt geschiedenis.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:41 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.