!cid_2DA26336-475A-4CCD-9512-11C000BBC63F@dynamic_ziggoRENNER IN BEELD, juni 2016, Egbert ten Wolde.

Mijn eerste ervaring met de wielersport.

“ Hij mag zo niet starten en dus niet meedoen” , zei de man. De man, gekleed in een zwarte broek en  ditem blazer was onverbiddelijk. Op de linkerkant van de blazer zat een embleem genaaid met daarop de letters;  “KNWU”.

“Dit is veel te gevaarlijk  voor de andere renners” ,  sprak de man verder en wees daarbij met zijn door nicotine  verkleurde rechterwijsvinger naar het voorwiel van mijn racefiets.

“Vleugelmoeren zijn niet toegestaan en dat staat ook in het reglement”, sprak de man tenslotte waarbij het tonen van een norse, enigszins boosaardige blik , blijkbaar zijn woorden  inhoud moest geven.

Het is 30 maart 1970 en we zijn in De Wijk, net onder Meppel. Ik zou  daar meedoen aan de Paasronde van De Wijk.  Ik was dat jaar lid geworden van de Noordelijke Wielervereniging Groningen ( NWVG ) en het was  mijn eerste wielerwedstrijd als aspirant.  Als 14-jarige had ik slechts wat trainings wedstrijden gereden op het Gideon terrein en op het rondje bij Ekehaar. Tijdens het rondje bij Ekehaar werd ik gelijk bij de eerste bocht na een recht stuk hardhandig terecht gewezen. We fietsten “ aan het lint”  en voor de bocht naar rechts ging iedereen links fietsen.  Ik zag direct mogelijkheden en fietste aan de rechter “vrije” zijde naar voren. Voor de bocht haalde ik een zestal renners in.    In de bocht kwam dat niet goed uit en wij, ik en nog 4 renners, werden door mijn toedoen in de berm gedrukt.   Gevolg;  schelden, voet uit de toeclip en  aan de grond. Hierdoor gelijk het contact met het peloton kwijt. Tijdens de achtervolging werd mij het begrip  “ hoog op”  op duidelijk wijze bijgebracht.

Terug naar De Wijk.  Mijn vader en moeder hadden mij naar de wedstrijd gebracht en dit  werd gecombineerd met een bezoek aan familie in Meppel.    Mijn vader had geen rijbewijs . Dat was ook niet nodig want een auto was er  niet.  Hij mocht de rode Opel Record van het werk lenen en mijn moeder had wel  een rijbewijs. Het was een station uitvoering met stuurversnelling . Mijn vader, ook een man van weinig woorden, vertelde de KNWU official dat we helemaal van Middelstum naar De Wijk waren gereden om mij deel te laten nemen aan de wedstrijd. De man keek mij met een observerende blik aan. “ Vooruit dan maar” zei hij, “maar wel op eigen risico en achteraan starten”.  Kennelijk dacht hij dat ik er wel snel zou worden afgereden en dat daarbij het gevaar van de vleugel -moeren zou zijn geweken.  ( hoezo schijfremmen en platte spaken)  Of was het toch die woeste blik van mij ruig bebaarde vader die indruk had gemaakt.  Of  was het toch die bokshouding.  Ik weet het niet,  maar ik mocht  starten, achterin  in het peleton, dat dan weer wel.

Direct in het begin van de wedstrijd kwam ik, met nog 6 rennertjes, achter het peloton te fietsen. Ik zie het peloton nog  wegrijden. Wij gaven niet op en fietsten, zeker in de finishstraat, zo hard mogelijk door. Na een tiental ronden werd ons groepje uitgebreid met nog een renner, de koploper. Hij fietste ons direct voorbij en schroefde het tempo op. Ik pakte zijn achterwiel en liet deze niet meer los. De anderen wel en die moesten na een aantal ronden, wegens dubbeling door het peloton, de koers verlaten.  Ik was dus laatste in koers. De koploper fietste gestaag door en ik bleef in zijn wiel. We zagen op een gegeven moment de achterzijde van het peloton. Op dat moment temperde de koploper zijn snelheid en we kwamen niet dichterbij. Later begreep ik dat het iets met premies had te maken.  Bij een passage van de finish stak de koploper zijn handen in de lucht en ik begreep dat hij had gewonnen. Ik moest echter nog een rondje fietsen en werd zo laatste in mijn eerste wedstrijd. Als premie had ik  een fles DoucheFris, met daaraan bevestigd een spons,  gewonnen.  Zo’n spons met een gleufje waar je de shampo in moest doen. De koploper was Bert Scheuneman die later nog even prof is geweest .  Mijn Peugeot met vleugelmoeren werd na deze wedstrijd ingeruild en een lichtblauwe RIH van de gebroeders Bustraan uit Amsterdam werd mijn nieuwe trots. Uiteraard nu met uitvalnaven.

Die dag won bij de amateurs ene A. ( Arie) Hassink. ( leve het internet)  Wie er nog meer mee deden bij de amateurs; Jan Aling, gebroeders Vlot, Dries van Wijhe, Dries Klijn en Frits Schur en vele anderen.  Jan Aling heb ik een keer zien zitten op een zgn. eenpootige (melk)krukje in een boerenschuur in Ekehaar.  Wij, aspiranten hadden onze wedstrijd al gereden, de nieuwelingen reden op dat moment en de amateurs  moesten nog. Aling  zat dus in zijn blote kont op het krukje en zat voorovergebogen om zijn benen in te smeren met kamferspiritus.  Toen hij echter ging staan om zijn broek aan te trekken was tot mijn verbazing het krukje verdwenen !

Dat jaar fietse ik nog een twintigtal wedstrijden en er zat zowaar wat progressie in want laatste ben ik nooit meer geworden. ( beste prestaties 3 x 3 ) Mijn ouders hadden geen vervoer en ik was afhankelijk  van anderen. De wedstrijden vonden immers plaats in geheel Noord Nederland. Dat was toen twee uur met de auto voor een koers van 35 minuten.  Ik herinner me nog een wedstrijd in Yde de Punt waarbij ik op de racefiets van Middelstum naar toe was gereden. Ik had echter geluk want een oom kwam kijken en ik mocht na de koers met hem  mee terug. Dit was dan ook de reden dat ik na een jaar ben gestopt met koersen.  Hierna ging ik voetballen. Hierover kan ik kort zijn want mijn technisch gebrek moest ik  compenseren met vechtlust en conditie. Met een tomeloze inzet speelde ik als rechtsback bij Middelstum 2 in een vriendenelftal.  En zo als het hoort bij een vriendenelftal was de derde helft minstens even belangrijk.

Toen wij allen jonge dertigers waren viel dit elftal om begrijpelijke reden uitelkaar. Huisje, boompje, kinderen en werk dreef ons uitelkaar.

Ik had inmiddels mijn Els ontmoet en trouwde in 1981.  Na een ervaring, die niet in de lijn paste van verliefd, verloofd, getrouwd en kinderen, werden de schakels in onze relatieketting voorgoed met elkaar verbonden.  In 1982 was Els zwanger. Echter vlak voor de geplande geboorte overleed het kindje in de baarmoeder. Het moest  via  de  “natuurlijke” weg worden geboren. Wij werden in korte tijd volwassen. Ik zie me nog staan bij het loket van de burgelijke stand van Delfzijl. Ik moest wachten  op een persoon voor mij die zojuist zijn rijbewijs had gehaald. Ik deed aangifte van een doodgeboren kindje.  Uiteraard staat dit niet in vergelijk met wat Els heeft moeten doorstaan.

Gelukkig werd kort daarna ons gezin toch compleet. In 1983 werd een zoon en in 1986  werd er een dochter geboren. Beide kinderen hebben een relatie en zelf inmiddels ook weer kinderen . Suze (2014) en in Job (2016 )  zijn onze kleinkinderen. Ze wonen gelukkig dichtbij en ja, iets wat ik nooit had verwacht, ik ben gesmolten, verloren en verliefd geworden op beide kinderen. Donderdag is onze vaste oppasdag en dat is genieten. Om deze “ Renner in beeld”  niet te laten verzanden  in een onbegrepen emotionele  opsomming  van  “hoe leuk kleinkinderen”  wel niet zijn,  hierbij het laatste woord daarover. Geweldig. !

B-amateur en Veteraan.

Na het voetballen pakte ik de wielersport weer op. Eigenlijk had ik het (race)fietsen nooit losgelaten want ik heb altijd een racefiets  gehad en fietste regelmatig.  Na wat tourtochten en meerdaagse tochten voor het goede doel vond ik mijn niveau dusdanig dat ik weer lid werd van de NWVG en een licentie aanvroeg. Ik ging weer deelnemen aan wedstrijden. Ik heb dit nog ongeveer 10 jaar lang bij de B-amateurs gedaan . Toen ik 40 werd heb ik nog 2 jaar bij de veteranen gefietst.   Prestatie’s ?? ; niet zo bijzonder maar ik reed wel bijna alle wedstrijden uit, af en toe bij de eerste 10,  maar nooit op het podium. Ik ben wel in het bezit van een rood/wit/blauwe trui. Dus  Nederlands kampioen. Dan nu de nuance, het was in 1990, nationale kampioenschappen tijdrijden voor ploegen bij de politieJ

Tijdens mijn jaren bij de NWVG heb ik  de cursus Wielertrainer A en Wielertrainer B gevolgd. Ik heb met heul veul plezier de jeugd training gegeven.  Ook  een aantal amateurs begeleidt met schema’s e.d..  Nu ben ik vrijwilliger en treedt op als chauffeur van de jury en/of de rondearts.  Ik ben bij De Ronde van Groningen, de Energiewachttour voor dames en de Olympia Tour  betrokken.

Nadat ik was gestopt met de wedstrijdsport ben ik altijd blijven fietsen.  Met vrienden  en/of collega’s werden vele ( bijzondere soms meerdaagse)  tochten ondernomen. ( door heel Europa ) Ook op de ATB.   Verder heb ik een passie voor het schaatsen op natuurijs.  Diverse schaatstochten gereden waaronder 4 x de Noorderrondrit ( 1985,86 en 87 ,  waar zijn ze gebleven die mooie winters !! ) en 1 x de Elfstedentocht. ( 1997 )  Ik ben nog steeds lid  en hoop iedere winter weer op een 11-steden.  Mogelijk ga ik in februari  2017 naar de Weissensee om nogmaals de 200 km. tocht te rijden voordat het lichaam te stram wordt en is versleten.  Misschien iets voor het Klapstel??

!cid_227D3FAC-0109-4107-B893-DB7BC58A0770@dynamic_ziggoToen ik negen jaar geleden in de Stad kwam te wonen zocht ik aansluiting bij Trapstel.  Een bijzondere  club met leden van diverse pluimage. Kameraadschappelijk, sportiviteit, gezelligheid en respect zijn enkele kernwoorden  die bij Trapstel horen.  De week  in het najaar van 2015 nabij de Mont Ventoux was geweldig.  Het huisje waar ik  was ingedeeld bestond louter uit topkoks. Michiel, Jan-Willem en Ekko gaven “Haute Cuisine”  een heerlijke betekenis. Het gehele park wilde bij ons eten maar daar konden wij, op een enkele uitzondering na, toch niet aan toegeven.  De laatste avond was heel erg  speciaal. Na een sportieve week werd onder het genot van wat wijn, bier en Grand Marnier de emotionele ervaringen die wij in ons leven hadden gehad met elkaar gedeeld.  Indrukwekkend en heel bijzonder.

Fietsen betekent heel veel voor mij.

Het maakt m’n kop schoon en houdt m’n lijf fit. Ik kom interessante mensen tegen en ik zie onderweg altijd wel wat. Ook heel bijzondere “zaken” . Zo kwam ik , onbedoeld, in een etappe van de Tour de France terrecht ( zal het verhaal nog wel eens beschrijven ) en werd op de paralelweg  van de Autopista nabij Gerona aangesproken door een jonge dame. Zij vertelde dat het “ No mas dinero” was en een ontblote daarbij haar linkerborst. Hoe desperaat  moet je zijn om een uitgewoonde, bezweette  en onwelriekende  wielrenner aan te spreken  en geld aan te bieden voor wat sex. Of had ik het niet helemaal goed begrepen en is mijn Spaans echt niet best !  Groet EGBERT.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:06 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.