Mijn fietsverhaal begint die keer dat ik met mijn zoontje van nog geen jaar oud (inmiddels een man van 34!) in een kinderzitje aan het stuur, de brug bij café Hammingh in Garnwerd overstak om de kortste weg terug naar Groningen te nemen.
We waren geen fietsers, Marja en ik, en op een oude barrel van een fiets met regelmatig doorslaande cranks, was ik op de heenweg al bekaf geworden.

Bovendien: over de brug was niet de kortste weg terug; een behoorlijk eind òm zelfs: over Winsum, met windtegen! Kortom, ik weet niet meer hoe ik thuis ben gekomen, maar dat het anders moest, als ik vaker met m’n zoontje wilde gaan fietsen, was zeker.
Ik kocht mijn eerste gloednieuwe fiets, een prachtige lichtblauwe Raleigh sportfiets met 12 versnellingen, maar wel met aluminium spatbordjes, een bagagedrager en licht er op! Want het moest ook een praktische fiets zijn, voor boodschappen en zo. Dus een paar flinke fietstassen zaten er ook op.

Maar hij reed heerlijk, dus besloot ik op een zomeravond een rondje Paterswoldsemeer te doen, zo hard mogelijk. Nou, ik heb het geweten! Het meest hinderden mij de fietstassen en verder alles wat niet direct nodig was om te fietsen.
Toen deze fiets, waar ik al een beetje van was gaan houden, op een volstrekt belachelijke manier werd gestolen (gewoon onder mijn raam achter twee andere fietsen vandaan gehaald, op slot!) besefte ik dat het anders moest: een echte racefiets moest het zijn en verder een stadsfiets voor de rest.

Mijn eerste echte racefiets was een Koga Miyata Roadwinner, voor nog geen fl 1000,00. Een rode. Met New Shimano 600! Dat was ook het moment dat ik me aansloot bij een fietsclub: TC Het Trapstel. En meteen kwam er systeem in mijn fietsontwikkeling. Ik trainde regelmatig met de club vanuit het Stadspark, deed mee aan de tochtjes op de zondagen (met koffie en appelgebak), reed bijna alle bekende klassiekers meerdere keren in clubverband en er ging geen vakantie voorbij zonder dat de fiets mee was. Ik heb ze allemaal beklommen op mijn Koga: de Mont Ventoux, de Alp d’ Huez, de Galibier, de Isoran, de Tourmalet, noem maar op… en nog veel meer ònbekende cols.

Mijn fietsplezier kreeg een nieuwe impuls toen ik met m’n gezinnetje op een mooie herfstzondag aan het wandelen was in de Norgerduinen. Ik werd met m’n neus op mijn burgerbestaantje gedrukt door een groepje jonge mannen, dat ons op crossfietsen voorbij stoof. Er welde een jeugdgevoel in me op: als 10-jarig jochie racete ik op een oude fiets – waar zowat alles van af was gesloopt – over een zelfgemaakt crossbaantje.
De volgende zaterdag toog ik met een fietsmaat naar Bergen op Zoom. In de toen goedkoopste fietswinkel van Nederland kochten we elk een merkloos stalen crossframe, ritselden de hoogstnoodzakelijke cross-onderdelen bijeen en knutselden een crossfiets in elkaar, daarbij ook gebruik makend van onderdelen van de onze racefietsen (wielen, zadel).

Vele overwinteringen volgden in de bossen, velden en heuvels van Drenthe, Overijssel en
Limburg, aanvankelijk op de crossfiets, later op een ATB. Reden van die omschakeling was een monstertocht met 6 fietsmaten (ook Trapstellers) naar Moermansk, toen deze meest noordelijke stad nog deel van de Sovjet Unie was. De Koga Miyata’s waren gesponsord, evenals de overnachtingen in Finland (door het Fins Verkeersbureau).
Het gerag over heuveltjes, door de modder en de gevallen bladeren was heerlijk: elkaar de pas afsnijden, de bosjes in rijden, vallen en opstaan. Tot op heden rijd ik de bekende tochtjes in Drenthe, zij het de laatste jaren in m’n eentje. Jongensgedrag, maar het ultieme fietsen blijkt toch ieder voorjaar weer, als de racefiets van stal wordt gehaald en je de dunne bandjes over het asfalt hoort ruisen. Maar ook het beuken met de wind op kop, de heuvels in en de bergen op!

Met Het Trapstel ging het ondertussen niet goed. Het ledenaantal bereikte een dramatisch dieptepunt en wat overbleef vergrijsde en kwam voor een grotere tocht hun bed niet meer uit. De ommekeer heb ik niet bewust meegemaakt; ook ik was afgehaakt, met behoud van lidmaatschap overigens. Toen een ander lid van het eerste uur me een keer meetroonde (“Je kent de club niet meer terug, man”) was ik overtuigd. En toen mij werd gevraagd om de Algemene Ledenvergadering van 2012 op te luisteren met een een beeldverslag van mijn fietstocht van Treviso naar Groningen, die ik in de zomer daarvóór op mijn spiksplinternieuwe Pinarello Paris heb gemaakt, was ik er weer volledig bij.

Treviso - Groningen, aankomst 5 augustus 2011

Treviso – Groningen, aankomst 5 augustus 2011

Op 9 mei 2013 is mijn Marja overleden na een ziekteperiode van een jaar, dat vorig jaar in mei was begonnen tijdens ons tweede bezoek aan Treviso. Dat is de reden dat ik het afgelopen jaar andermaal niet actief ben geweest bij de club.
Mijn rentree in het peloton heb ik genoten op zondag 2 juni. Ik ben allerhartelijkst ontvangen en heb gelukkig weer heerlijk kunnen fietsen.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:27 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.