Tsja, Renster in Beeld; ik. Daar had ik nog niet op gerekend; nog maar anderhalf jaar lid en nu al deze eer!

Ik ben niet echt een schrijver, dus het onderstaande heeft me behoorlijk wat moeite gekost.

Op 11 januari 1989, een iets wat sombere winterdag, zag ik in het ziekenhuis in Heerenveen het levenslicht. Al snel mocht ik naar hûs, naar de boerderij in Oldeholtwolde, naar heit, mem en grote broer Reino. Dik 4 jaar later kwam hier mijn zusje Marion nog bij! Een ‘echt’ boeren gezin. Heit heeft het melkveebedrijf overgenomen van zijn vader. Mem heeft haar carrière als doktersassistente opgezegd om fulltime op de boerderij te kunnen helpen. Hierdoor was ze altijd thuis voor ons. Een warm gezin. Tijdens mijn basisschooltijd werden Reino, Marion en ik meestal met de auto naar de school (die 5 kilometer verderop lag) gebracht.  Fietsen was niet praktisch; er werd bij ons thuis tussen de middag warm gegeten (zoals in bijna elk boerengezin) en was er dus altijd tijdsnood. Met dat niet fietsen was ik het niet altijd eens. Vandaar dat ik soms met Juffrouw Baukje van groep 3/4 uit Mildam (het dorp verder op) mee mocht fietsen, geweldig vond ik dit! Weekends gingen we als gezin regelmatig een blokje om op de fiets; via de polder (waar de boerderij staat), door Oranjewoud langs de prachtige landhuizen, via Thialf naar beppe in Nieuweschoot, en opa en oma in Oudeschoot en via de Tjonger (de rivier) weer terug naar hûs. Zodra we bij de brug waren, en dus bijna thuis, werd het sprinten geblazen, wie het eerste thuis was; ik tegen mijn broer. Mijn vader vertelde me laatst dat ik er altijd wel voor zorgde dat ik die sprint won!

Deze fietsritjes stopten toen mijn ouders een camping begonnen, de Geele Bosch, vernoemd naar het bos dat achter onze boerderij staat. Het leven veranderde, niet meer spontaan weg, allemaal vreemde mensen over de vloer, veel meehelpen op het bedrijf, mijn pony Casper en later paard Spirit niet meer voor mijzelf. Kortom wennen. Als ik het zo opsom klinkt het erg negatief, maar het had ook zeker voordelen! Ik had allemaal vriendjes en vriendinnetjes op de camping en speelde elke dag buiten, de zomers duurden eindeloos. De winters waren een ander geval, een totaal ander leven, stil en leeg.  Gelukkig was er nog de sport! Ik heb altijd wel gesport. Vanaf mijn vijfde rijd ik paard. Ik hoor jullie al denken; paardrijden, dat is toch helemaal geen sport. Nou ik kan je vertellen dat je er enorm veel spierpijn van krijgt en dat het veel vraagt van je benen. Ik was een echt ‘paardenmeisje’, het liefst elke dag op de manege en later thuis dag in dag uit bezig met Casper en later Spirit. Daarnaast heb ik als klein meisje schaats-les op Thialf gehad, gevolleybald, geturnd en turnles gegeven. Paardrijden was mijn ding, andere sporten waren oké, maar nooit vond ik iets waar ik compleet weg van was, ik wist dat het goed voor me was en dat was dan ook de reden waarom ik het deed. Op één uitzondering na: schaatsen op natuurijs. Mijn vader is geboren op het land waar later Thialf gebouwd werd, alsof daardoor het schaatsvirus automatisch in het bloed zat. Daarnaast nog een oom: Omke Jan, die meerdere malen de Elfstedentocht geschaatst (en 42 keer gefietst) heeft en een bloedfanatieke opa (van moeders kant, met zijn motto: ‘een beetie fanatiek weeze’). Zodra het wat ging vriezen werd iedereen wat zenuwachtig, de schaatsten verder van zolder gehaald en zodra het kon, nam mijn vader ons mee naar de sloot achter de boerderij. Daar leerde ik, op Friese doorlopers, het schaatsen. Als de vorst doorzette, gingen we naar de schaatsbaan in Oudeschoot en met een beetje geluk konden we naar het Nannewiid, een ondiep meer bij Oudehaske waar je schitterend kan schaatsen. Ik kan me nog herinneren dat het me lukte om één rondje te schaatsen, ongeveer vijf kilometer! Ik denk dat ik een jaar of acht was, en ben een beetje bang dat daar de adrenalinejunk in mij naar boven kwam. Geweldig vond ik het. In die zelfde jaren werden er bijna elk voorjaar wel de district kampioenschappen wielrennen bij ons op de weg georganiseerd. Ook kwam de Eneco Tour over de Ottersweg! Samen met mijn opa gingen we altijd kijken. Niet veel later kreeg ik van hem een oude (Trapstel-) rode Batavus racefiets. Vraag me niet welk type en hoe afgemonteerd, ik had en heb werkelijk geen idee. Met dit rode monster stoempte ik mijn rondjes achter de ‘echte wielrenners’ aan.  Super gaaf, maar op één of andere manier bleef ik er niet mee doorgaan.

 

In 2000 ging ik naar de middelbare school in Heerenveen. Dat betekende elke dag dik 20 kilometer fietsen, weer of geen weer. Prima vond ik het. Ik kreeg een goede, door mijn opa opgeknapte, Batavus. Routes afwisselen, soms door het bos, soms langs het Tjonger, samen met een paar ‘opfiets-vriendinnen’. Eerst had ik van die grote fietstassen, maar dat was natuurlijk niet stoer, dus na een paar weken gingen ze er af, en gewoon de zware rugtas op de rug.  En elke zomer was het feest, want dat betekende: de Tour de France!! Elke dag, ook met 30 graden plus, was het voor de tv hangen (soms samen met opa) en genieten. Sport kijken heeft mij altijd geboeid. Waarom? Geen idee! Het is gewoon mooi! Het is en blijft wel jammer dat dit net de doping-jaren waren. Ik heb lang geweigerd te accepteren dat mijn held van dat moment: Lance Amstrong, de boel besodemieterd had. Het gele Livestrong bandje heb ik uiteindelijk toch maar in de prullenbak gegooid.

 

Het sporten werd per jaar minder, ik vond het allemaal niet leuk. Na mijn middelbare school ben ik naar het MBO gegaan. Eerst een jaar in Ljouwert en daarna naar Zwolle: Sociaal Cultureel Werk met als specialisatie: Theater. Leuk, maar niet uitdagend. Als ik er op terugkijk, heb ik alleen wat van de stages geleerd. Tijdens mijn laatste jaar van die opleiding, toen ik 18 was, heb ik gekozen voor uitdaging: Ik ging een halfjaar op stage naar Nairobi, Kenya. In dit half jaar ben ik, als persoon, erg veranderd. Je gaat back to basic; vaak geen elektriciteit, geen stromend water (water konden we een paar kilometer verder op, met jerrycans, halen) geen internet etc. Je bent op jezelf aangewezen. Ook maak je dingen mee die je liever niet mee wilt maken, maar je hebt geen keus, je ontkomt er niet aan en moet er mee zien te omgaan. Het was een schitterende tijd, waar ik vrienden, ervaringen en leermomenten aan over heb gehouden; je hebt fijne mensen om je heen nodig, niet meer, niet minder. Na dit half jaar ben ik nog tig keer terug geweest. Kenia is een onderdeel van mij geworden. Terugkomen in Nederland was altijd wennen, weer aarden. Toch ging ik thuis, door het weggaan, steeds meer waarderen. De natuur, de mensen, de mogelijkheden die we hier hebben.

Na mijn MBO opleiding wou ik meer, dus vertrok ik naar Groningen; SPH (Sociaal Pedagogische Hulpverlening) aan de Hanze Hogeschool. Een kamer aan het Damsterdiep. Een nieuwe periode, nieuwe omgeving, nieuwe vrienden en een nieuwe stad, waar ik heel snel van ben gaan houden! De opleiding bood meer uitdaging en mooie kansen; veel tijd in het buitenland doorgebracht, o.a. ontwikkelingswerk in Myanmar (voormalig Birma).

Tijdens het laatste deel van mijn studie werd ik verliefd, en vertrok na het behalen van mijn diploma terug naar Fryslân, om samen te gaan wonen, op een Tjalk (lees: zeilschip). Weer een avontuur, maar dan in Nederland. Een paar bijzondere jaren. In die periode ging ik werken in Appelscha, als persoonlijk begeleider in een instelling voor verstandelijk gehandicapten met psychiatrische problematiek. Na een aantal jaren liep de relatie stuk. Een heftige periode. Ik kwam onverhoopt weer bij heit en mem te wonen. De dag nadat mijn relatie stukliep, ben ik naar Haico Bouma gegaan, fiets- en schaats-winkel in Oudehaske. Ik zag een mooie Cube Peloton staan en zei; doe mij die maar! Waarom ik dit deed, weet ik nog steeds niet goed. Het was een spontane actie. Fietsen kon ik wel en besefte me goed dat ik afleiding nodig had, dus kocht ik een racefiets. Eén van mijn beste keuzes ooit. Ik stapte op de fiets, maakte (langzame) kilometer, waarin ik niet kon en hoefde na te denken. Langs de Friese meren, de uitgestrekte weilanden vol koeien en al die voor mij bekende dorpjes. Mijn conditie was prut, ik was namelijk heel vaak ziek, vaak ook allergie-gerelateerd. Ik had het zwaar, kon maar met moeite gemiddeld 25km per uur halen, maar dat kon me niks schelen, ik vond het mooi, genoot er van en begon me langzaam wat beter te voelen. Helga, een goede vrien!cid_032C57B5-7548-4CE5-8548-9BEF462696E2din, kocht in die zelfde periode een racefiets en al snel besloten we het volgende voorjaar mee te doen aan de Elfstedentocht op de fiets, gewoon omdat het kon. Dus dat betekende kilometers maken. Soms vraag ik me wel eens af waar ik nu geweest zou zijn zonder die racefiets. Het heeft me veel gebracht.

Ik realiseerde me al snel dat ik op zoek moest naar eigen woonruimte. Ik heb top ouders, maar het thuis wonen werkte niet zo goed meer. Na een korte zoektocht viel mijn oog op een hofjeswoning (monument, gebouwd rond eind 1800) in het centrum van Groningen. Dat moest het worden, terug naar de stad waar ik me zo thuis voelde. Maar ja, het was een koophuis. Doodeng allemaal, maar toch heb ik de stap gezet en kocht ik het huisje! Klussen en verbouwen, dus kwam er niet veel terecht van het fietsen. Zo nu en dan een klein rondje, maar vaak zat ik te vloeken op de fiets: wat een kl*te wind! Ik kwam amper voor uit. Maar dan de terugweg; voor de wind vliegend naar huis; kicken! Ik dacht er wel eens over na om lid te worden van een fietsclub. Toch deed ik het niet. Het vooroordeel; mannen van een zekere leeftijd, die te hard fietsen en als je het niet bij kunt houden of lek rijdt, heb je pech. Tijdens het carpoolen met een collega (Petra Kestens) kwam het onderwerp fietsen ter sprake. Zij vertelde meteen enthousiast dat haar vader bij de gezelligste club van Groningen (TC het Trapstel) fietst en dat ik maar eens een rondje mee moest gaan fietsen. Ze haalde me over. En daar stond ik dan, op een woensdagavond in het voorjaar van 2014, bij Kardinge. Spannend, je weet niet wat je kan verwachten. Ik ontmoete Chris, en al snel kwam Joke daar bij staan en stelde zich voor. Ze vertelde dat ze mijn Strava al even bekeken had.  Ik dacht: verrek, dat is Joke, die bij alle segmenten op Strava QOM is, dit gaat nog wat worden. Ik werd voorgesteld aan Luuk en moest met hem op kop gaan rijden. Ik had 0,0 peloton-ervaring, dus Luuk legde me binnen een mum uit hoe alles werkte. Daarna mocht ik me laten afzakken en maakte kennis met andere clubleden. Wat een leuke mensen! En wat gingen we hard. Het fietsen in een groep ging zo gemakkelijk! Drie weken later deed ik mee aan ‘Rondom Stad’, mijn eerste echte toertocht en mijn langste rit ooit: dik 120km! Het was afschuwelijk weer, alleen maar regen, de hele rit lang en harde wind. Maar wat sleepte iedereen me er doorheen! Bij terugkomst in het stadspark stond ik te springen van geluk (hello good old friend: de adrenaline). Ik word hier nog steeds wel eens aan herinnerd door bepaalde clubleden, geweldig. Het was een overwinning op mezelf. Het bewijs dat ik iets op sportief gebied kon en dat ik hier lichamelijk toe in staat was.

Ik was bijna bij elke rit van het Trapstel aanwezig, ik voelde me keer op keer sterker worden. Na de Elfmerentocht (150km) zag ik de Elfstedentocht met vertrouwen tegemoet. Tweede pinksterdag; samen met Helga gestart in startgroep 2, wat een luxe. Het ging ons makkelijk af. We genoten enorm. Zo nu en dan versnellen en achter wat snelle groepjes aan sprinten. Het laatste stukje naar Bolsward toe zaten we zonder groepje; wind tegen dus afzien. Maar een paar kilometer voor Bolsward kwam het kippenvel al opspelen. Ik wist dat we het gingen halen. Laatste bocht naar rechts; een haag van honderden mensen, en ineens zie ik mijn opa daar staan, zo trots als een pauw, samen met Marion, Reino en labrador Sinne! Tranen kwamen en het kon me niks meer schelen! 235 km in the pocket! D
oel gehaald.

 

Een paar maand later werd ik door Luuk, samen met Mathieu en JP mee gevraagd naar Tecklenburg. Heuvels moest ik toch echt eens gaan proberen. Het klimmen vond ik zwaar, maar die afdalingen! Het mooiste was er is! Schaterlachend kwam ik beneden en ook hier word ik nog regelmatig aan herinnerd. Snel kwam er een andere fiets. Ik maakte te veel kilometers voor de Cube Peloton, met Shimano Sora. De Cube ging naar Marion. Ik heb haar kunnen besmetten met het fietsvirus, zelf had ze al wat kilometers gemaakt op een oude Merida. Ik ging voor de Cannondale Caad10 met Shimano Ultegra, een enorme vooruitgang.

Mijn vooroordelen over wielerclubs smolt trouwens als sneeuw voor de zon. Een club waar ik me vanaf het eerste moment thuis voelde. Waar iedereen welkom is, en waar de grootste diversiteit van mensen samenkomt, schitterend! Vriendschappen ontstonden. Vorig najaar werd ik gebeld door het bestuur, of ik wel bestuurslid wou worden. Huh, dacht ik. Ik ben nog maar net lid! Ik heb ja gezegd, juist omdat ik me zo vreselijk thuis voel binnen deze club.

Vele mooie tochten en persoonlijke overwinningen volgden. Bijvoorbeeld dik 600km in één week, samen met het rondje IJsselmeer. Afgelopen zomer stond voor mij in het teken van een nieuw doel: de Mont Ventoux. Samen met Tim dit idee binnen de club kenbaar gemaakt. Nooit verwacht dat er zoveel enthousiasme zou zijn. Met een enorm gemêleerd gezelschap ging uiteindelijk mee. Niet de Mont Ventoux werd mijn eerste berg, maar door een maf plan om Mathieu aan de gaan moedigen tijdens zijn Tour for Life, werd het de Galibier. Klimmen is niet mijn ding, kwam ik al snel achter. Ik heb het moeilijk, ik heb het zwaar en ga enorm langzaam. Maar hoe dan ook, ik kom boven. En dan weer die enorme kick! Ik weet het, ik ben een adrenalinejunk geworden en daar ben ik trots op. En tijdens de klim weet ik, als ik eenmaal boven kom, mag ik naar beneden. Het mooiste wat er is: afdalen! Handen onderin de beugels en gaan! Vrijheid! Na de Galibier, volgde dus de Mont Ventoux en een week later nog Col du Tourmalet. Verrek, ik heb 3 bergen van de Buitencategorie beklommen! Het was een bijzondere (fiets)vakantie, mede door al die Trapstellers!!cid_3E63119F-C1C8-4091-B077-1135A77C922F

Het nieuwe doel is gesteld; Strykepröven 2016. Ook wel bekend als Trondheim-Oslo. Een rit van 540km, aaneengesloten. Je vraagt je misschien af; waarom? Goede vraag. Het enige antwoord wat ik er op kan geven is: gewoon, omdat het kan! Ik voel me goed, ik voel me sterk en daarom wil ik het doen. Op één of andere manier zie ik het wielrennen wat ik doe niet als sport. Ook zie ik mezelf niet als een sportief persoon. Ik fiets omdat ik het geweldig vind, niet omdat ik vind dat ik moet sporten (het is wel mooi meegenomen). Het fietsen bestond (en bestaat) voor mij uit overwinningen behalen en nieuwe doelen stellen. Fietsen is avontuur. Avontuur waarvan ik lang dacht dat dit alleen ver weg te vinden was. Nieuwe wegen, plaatsen en nieuwe mensen ontdekken, maar ook jezelf ontdekken. Vrijheid, wind in je haren, gedachten die verdwijnen in de wind. Het mooiste wat er is!

 

Wat een club! Bedankt iedereen, jullie maken de club zoals hij is! Tot op de fiets!

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:09 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.