Het was tijdens de zomervakantie van 1980, het jaar dat Joop Zoetemelk de Tour de France won. Ik had besloten dat ik de Ronde van Ameland wilde winnen. Als lid van de jonge Tweewielbedrijf F. Krist / S.R.V.-ploeg kon ik goed aansluiten op de vlakke gedeelten, maar wist ik vooral in de bergen indruk te maken.

 

Vanaf dat moment ging het hard. Het bleek dat ik, hoewel nog erg jong, een ronderenner in aanleg was. Ik ontwikkelde mij tot een coureur met een aardige sprint, kon aardig demarreren en tijdrijden en kon aardig meekomen in het midden- en hooggebergte.
Dat aardige was natuurlijk heel aardig, voorlopig was ik nog gewoon een onbeduidende
knecht. In die tijd bestond dat uit gaten dichtrijden, bidons halen en af en toe een band
afstaan aan de koploper. Toen ik echter onze kopman tijdens de trainingen steeds met gemak versloeg, werd ik meteen gebombardeerd tot de nieuwe eerste man.
Wat doet dat met je, kopman zijn? In de eerste plaats ligt er natuurlijk een zware druk op je schouders, want wie de koers hard wil maken, moet wel stevig op de pedalen staan. In de tweede plaats is er het dagelijkse gevecht met de hondsbrutale media. Toen ik Le Mans – Le Mans won, waren de dopinggeruchten niet van de lucht. Ik zou betrapt zijn op het gebruik van Mentha piperita, een middel dat, zo later bleek, niet op de dopinglijst staat en eigenlijk alleen in pepermunt zit. Ik zou mijn aan een staart van een galopperend paard hebben vastgehouden, wat technisch gezien buitengewoon lastig is. Ik zou mij hebben laten trekken door een tractor, maar aangezien de maximum snelheid van een tractor 25 km p/h is, is dit niet erg waarschijnlijk. Nee, in het peloton maak je weinig vrienden. Eerzucht en ego sprinten elke keer volop naar de meet en wie niet aan kan sluiten, is veroordeeld tot de harde realiteit van de bus. Verder is het leven van een prof net zo hectisch als eentonig. Natuurlijk, je stoempt soms op het buitenblad, hangt af en toe aan het elastiek en linkebalt tijdens een etappe heel wat af, maar daarna wachten de massagetafel, de pasta en de walkman. Koers na koers, hotelkamer na hotelkamer.
De ervaring leert dat een goede wielrenner vooral op tactiek rijdt. Zo won ik dus ook mijn
prijzen. Ik zegevierde in de Ronde van Rusland (2001, eindklassement) en won (o.a.) de
klassiekers Marseille – Metz – Marseille (1997), De Harense Kei (2001), Le Mans – Le
Mans (1997, 2000) en Weiter dann der Markbächer Mauer (2001). In 2003 won ik het
bergklassement in de Ronde van Andorra.
Vlak na mijn laatste seizoen, tijdens de afsluitende training, stapte ik af. Vijfentwintig jaar
profwielrennen waren voorbij. Ik werd beloond met een staande ovatie en mocht daarna
voorin zitten in de ploegleiderswagen. Tegenwoordig ben ik actief in het lezingencircuit,
organiseer ik seminars in het bedrijfsleven en adviseer ik oud-profs op het gebied van re-
integratie, trajectbemiddeling en burn-out. Volgende maand komt mijn biografie uit: Ik, Jaap.

 

1. Hier zie je enkele van mijn prijzen. Het blauwe tricot droeg ik tijdens de Ronde van Rusland. Hij heeft wel een rits, maar zo is de mode in het voormalige Oostblok. Deze selectie is uiteraard een gedeelte van de totale prijzenkast. Ik bewaar alles trouwens gewoon in een doos hoor – en die doos staat weer gewoon op zolder.

 

. Hier sta ik in de rij voor weer een trui.

Noot van de redactie: mocht u twijfelen aan de waarheidsgetrouwheid van (een deel van) de inhoud van dit artikel, weet dan dat de redactie dit artikel ontving met als als bijschrift:

“Hier mijn stukje voor Renner in beeld. Geen woord van gelogen! Met groet, Jaap”

Waarvan akte.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:39 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.