Na een perfecte wissel heb ik zojuist het stokje van Mathieu doorgekregen, altijd leuk zo`n estafette!!

Laat ik bij het begin beginnen dat is steeds een goed begin.

 In 1976 werd ik in Velsen, dat is onder de rook van de Hoogovens (IJmuiden) geboren.

Anderhalf jaar later werd mijn zusje Mandy geboren, en verhuisden wij naar IJmuiden waar wij samen opgroeiden. Toen ik zes jaar was besloten mijn ouders om te gaan scheiden. Niet lang hierna hertrouwde mijn moeder en kwam er een nieuwe papa in ons leven “de legendarische Fred”.

Met mijn nieuwe papa mocht ik mee naar hardloop wedstrijden. Vooraan stond ik tussen Marti ten Cate en Gerard Nijboer en de andere lokale helden in. Elke zondag hardlopen in het duingebied. De 2,5 km heuveltje op heuveltje af legde ik in een tijd van ongeveer 12 minuten af. Met regelmaat eindigde ik in de top drie. Waarna ik in Beverwijk (waar we ondertussen woonden) op atletiek mocht bij DEM “Door Eendracht Macht”. Op alle onderdelen kon ik prima meekomen, maar echt uitblinken deed ik op de 1000 meter, deze liep ik net boven de drie minuten. Later kwamen daar ook de langere afstanden tot zeven kilometer bij. Bijna overal waar ik startte stond ik na afloop op het podium met de bloemen te zwaaien. Plots was daar de pubertijd, en was de interesse in het hardlopen verdwenen.

Inmiddels waren we verhuisd naar Schagen. Waar een broertje (Ronald) en niet veel later een zusje (Lisette) werden geboren. Zelf verhuisde ik na een aantal omzwervingen op mijn 18e naar Groningen en ging wonen in een studentenhuis.

Werk had ik snel gevonden als assistent manager bij de welbekende hamburgergigant en zo werkte en leefde ik er maar een beetje op los. Via de studenten in ons huis leerde ik allerlei drankspelletjes en darten. Bij de Cinemabar onder de grote markt was ik vaak en veel te vinden. Altijd na het werk pijltjes gooien en bier drinken. Al snel bleek dat ik voor de beide kroegactiviteiten aanleg had. Lid worden van het dartteam liet  dan ook niet lang op zich wachten en met het dartteam reisden we alle toernooien in Groningen af. De pijltjes vlogen in het bord, en de vele liters van het goudgele vocht verdwenen achter in de keel. Wedstrijden werden dan ook met regelmaat gewonnen. Tijdens een groot toernooi in Amersfoort stond ik als derde op het podium. Samen met het wereldrecord van zes welgemikte darts vanaf 301 was dat wel de kroon uit mijn dart carrière.

Het studentenhuis, werd mij na vijf jaar te benauwd. De lekke douche werd telkens gemaakt door er een nieuwe in te metselen. De meeste huisgenoten waren afgestudeerd en vertrokken, zelf was ik inmiddels opgeklommen tot shiftmanager, en zo ging ik ook op zoek naar een nieuw huis in de stad. Dat werd na veel wikken en wegen een bovenwoning in de wijk Helpman. Ik kocht op mijn 23ste mijn eigen huis en knapte dat met een ietwat Franse slag op. Het werd een kleurrijke bedoening.

De Cinemabar verruilde ik voor café Kachel aan het Schuitendiep. Waar ik nog wel darts speelde maar geen competitie meer. In dit café huisde een heuse carnavalsclub “De Kachelpiep’n waar ik met mijn drank palmares  dan ook lid van mocht worden. (Ssst, ooit ben ik nog Prins carnaval geweest).

 Tijdens mijn cafébezoekjes ontmoette ik Julia, waar ik verliefd op werd. Die gevoelens waren wederzijds en na zes maanden woonden we samen. Het huishouden dat ik bestierde kreeg een andere insteek en het rariteitenkabinet waar ik in leefde veranderde opzienbarend. Er kwam weer structuur in mijn leven. Na het werk naar huis i.p.v. het café. Na verloop van tijd werd het huis te koop gezet en verkocht. We gingen aan de Steenhouwerskade in het centrum wonen. Na 18 jaar voor de goedlachse hamburgerclown gewerkt te hebben waren de clown en ik wel uitgelachen, en werd het tijd voor iets anders. Nu verdien ik als Pieter Post de kost, en werk ik bij FloraHolland waar ik met bloemen en planten in de weer ben.

Ook hardlopen deed ik weer met veel plezier. De 4 Mijl werd een jaarlijks terugkerend gebeuren. Er werd weer voor getraind. Mijn snelste 4 Mijl liep ik in 24:03 min. Ook de halve marathon had mijn interesse gewekt, en tijdens de nacht van Groningen had ik de jacht geopend op de toppers van Team 4 Mijl/ RunnersWorld. Het werd een lange, zware achtervolging. Compleet gesloopt, maar met een pr van 1uur en 21minuten kwam ik uitgewoond over de finish. Na een blessure aan mijn voet kwam het hardlopen op een lager pitje te staan, en loop ik af en toe nog een wedstrijd voor mijn plezier. De grootste uitdaging die mij nog rest is een marathon lopen.   

Nu een sprongetje naar de Velo.

Mijn buurman Folkert uit Helpman deed aan wielrennen. Hij stelde tijdens een Nieuwjaar borreltje voor, om op 1 maart 2006 een fietsclubje te beginnen. Enthousiast als ik was ging ik op zoek naar een tweedehands racefiets. Verder dan mijn werk en kroeg fietste ik ook niet. Op 14 februari 2006 was het zover. Na een avontuurlijke rit, helemaal naar Harkstede. Stonden daar bij Belga nauwelijks geschikte tweedehands racefietsen, dan maar een goedkope nieuwe fiets. Mijn oog viel op een Bulls, afgemonteerd met sora. Thuis gekomen heb ik mijn lief een bos bloemen & bonbons gegeven en verteld dat zich een kleinigheidje had voorgedaan. “Gaf niks als ik er maar op ging rijden”.

Op de bewuste 1 maart stonden er welgeteld 7 van de carnaval overgewaaide wielrenners klaar voor vertrek. Een rondje Zuidlaren zo het worden. Na veel oei’s & ai’s en andere klaagliederen bereikten wij met veel moeite Zuidlaren. Hier gingen we eens goed lunchen, we moesten immers dat kolere stuk ook weer terug. Koffie met gebakken eieren, dat moest volstaan. Ondertussen haalde ik mijn sigaretten uit het zadeltasjes. Na de koffiestop reden we regelrecht naar het café om deze tocht te bezegelen met bier. De zondag erop waren we nog met zijn zessen, toen nog maar vijf, nummer vier zagen we na een tijdje ook niet meer, en zo geschiede het verhaal van de zeven wielrenners in spe, tot we met zijn drietjes overbleven en in 2007 Luik-Bastenaken-Luik reden. Met zijn drieën reden wij door de hele provincie en ver daar buiten. Totdat beide vrienden naar het buitenland verhuisden om hun geluk daar te beproeven.

Niet getreurd, in mijn eentje kon ik ook immers ook fietsen. De ritten naar Schagen zijn nog steeds mooi. In het Dagblad van het Noorden stond een advertentie om samen met 400 andere wielrenners de Alpe d’Huez te beklimmen. Dat leek mij wel wat. De boekenkast stond al aardig vol met wielerlectuur, en deze berg sprak mij wel aan. Inschrijven dus. Een klein probleempje moest ik nog oplossen. Die sigaretten in het zadeltasje moesten die ook mee omhoog? Nee, het moest maar eens afgelopen zijn met de rokerij. Sinds 1 januari 2009 ben ik dan ook cold turkey gestopt. De drive om de Alp op te rijden heeft mij er dan ook doorheen geholpen. Uiteindelijk heb ik de Alp in een tijd van 1:15 uur beklommen. Hiervoor had ik op de Les Deux Alps na nog nooit een berg van dichtbij gezien.

Al met al hield ik aan dit avontuur twee nieuwe fietsvrienden over, Gunnar & Henk waar ik steeds mee fiets. Samen reden we o.a. de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik, De Amstel Gold Race, en 3x de Elfstedentocht. Last but not least De Stelvio, de Gavia, en de Mortirolo.

Trapstel?

Op en rondje Nieuwstatenzijl  kwam er een keer een wielrenner in het rood naast mij fietsen, en we raakten wat aan de praat. ” Of ik bij een club reed” wilde hij weten. Nou nee dus. Hij noemde alle leuke dingen van het Trapstel/clubfietsen op, maar ik had zo mijn twijfels. Bij de Duitse grens reed hij (Sir Patrick) door naar Leer en ik via Delfzijl naar de stad.

Tweede keer??

Ik vond/vind het nog steeds leuk om mee te doen met grote toertochten de langste afstand. Die probeer ik dan om als eerste te eindigen. Zo had ik mijn zinnen gezet op De grote Daikboekel/  oftewel De West-Friese omringdijk, en om op te vallen wilde ik in een trui met de provincie vlag van Groningen rijden. Via google kwam ik uit bij Mathieu & Conny waar ik mijn trui kon kopen. Daar in de keuken van de boerderij hebben we wat over fietsen gekletst, de trui gepast, en ik was evenals de trui verkocht. Wat een mooi exemplaar! De koers won ik overigens glansrijk.

Derde keer goeie keer???

Via Strava leerde ik Patrick kennen. Na wat heen en weer gegooi met kudo`s kwamen de op en aanmerkingen over elkaars ritten, en al snel konden wij het virtueel goed met elkaar vinden. We moesten maar eens samen gaan fietsen. Het werd de 100 Mijl van Drenthe ergens in april 2014.

Afgesproken werd bij de ingang van het stadspark om vervolgens samen de rest van de groep te begroeten. Wat een warm onthaal!! Na enig overleg mocht ik met de Heavy groep mee, de koffie stop daar moest ik wel weer even aan wennen, maar bevalt mij nu prima.

De woensdagavond erop ging ik weer mee, en leerde ik er carrousel, waaierrijden en andere vaardigheden om in een groep te fietsen, ook mocht ik een verslag schrijven. Toen de vraag kwam: “En? Wil je lid worden?” hoefde ik geen twee keer na te denken en riep JAAAA!!!

Bij de Heavy`s ging het tempo behoorlijk omhoog, en de kilo`s eraf. Mooiste en tevens de langste tocht was het rondje om het IJsselmeer samen met Ronald & Jaap 337 km, gem. 32 km p/u. Daarna kwamen de trainingskoersen in Langelo, samen met Marco in de B groep, race ervaring achter Berend (A groep) aan opdoen. En de wedstrijdjes voor een zak drop (tweede in de tussensprint) op de baan in Corpus den Hoorn. Dit alles resulteerde in de overwinning van de Snert sprint jongstleden!

Mijn wagonnetje in de Rode Trapsteltrein heeft zijn eindstation nog lang niet bereikt, dus wie weet wat voor moois er nog meer in het verschiet ligt.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:16 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.