Stop eens man , dit is niet normaal…dat waren ongeveer mijn gedachten bij mijn eerste kennismaking met het Trapstel. Via het gastenboek had ik gezien dat er een groep de eigen tocht ‘Rondom Stad’ zou gaan rijden. Ik had het plan opgevat om gewoon op dezelfde tijd in de kantine te gaan staan en aan te sluiten. Dat bleek uiteraard geen probleem. Ik had nog niet eerder echt in een vaste groep gefietst. Ik deed wel eens mee aan toertochten of de Elfsteden en als ik dan ergens afwaaide of de groep ging me te langzaam dan zocht ik gewoon een andere groep. Dit keer moest ik er natuurlijk bij blijven. Maar man wat ging het hard , even niet opletten bij een bocht en je lag zo een flink eind achter. Dan moest je weer flink aanzetten, het wordt straks wel minder dacht ik nog…ik moest nog een hoop leren.

De 38 jaar voor deze kennismaking had ik dus pelotonloos doorgebracht. Jarenlang heb ik wel in gele truien, bolletjestruien, groene truien en zelfs combinatieklassement truien gefietst. Dat begon al vroeg, zoals velen denk ik. Racend door de eigen buurt won ik, in gedachte, iedere koers. Theo Koomen schreeuwde lyrisch mijn naam in de microfoon als ik weer eens ontsnapt was. Ongrijpbaar voor ieder peloton raasde ik voort. Totdat ik bijna op de voorklep van de auto van mijn vader belandde en mij verteld werd dat ik voortaan rustig moest fietsen. Gelukkig was ik in mijn hoofd net zo’n goeie voetballer en dat was een sport waar mijn ouders wel heil in zagen. Dus in plaats van fietser werd ik eerst een jaar of wat voetballer. Zoals ieder F’je werden we jaar in jaar uit kampioen maar toen de leeftijd steeg daalde het aantal overwinningen. Een gebrek aan fanatisme, een eeuwige wens om alles mooi te willen doen en een gebrek aan snelheid, nee een topper zou ik niet worden. Maar fietsen werd het ook niet. Dat was volgens mij in die tijd toch vooral een sport in Brabant en Limburg, boerenjongens vooral. In de Randstad waren het vooral fanatieke veertigers die op een racefiets zaten.

Pas toen ik in mijn eigen woonplaats , Hellevoetsluis, mijn schoolcarrière zo had verknald dat ik elders een school moest zoeken kon ik mijn kans grijpen. Als ik elke dag zo’n 22 Km moet fietsen heb ik wel een racefiets nodig zei ik thuis. En die fiets kwam er. Een Raleigh met een sticker waarop stond dat er ooit iemand wereldkampioen op was geworden. Nou ja op een Raleigh dan, niet op deze denk ik. Dagelijks door weer en wind naar school, soms in het weekend nog wat kilometers en altijd die verslaggever in mijn hoofd. Soms zelfs die Fransman die je hoort tijdens de tour. Nog steeds won ik iedere koers. Dus de fiets ging mee toen ik voor een jaar naar Amerika toog, daar zou ik weleens wat kilometers gaan maken. Maar meer dan een paar tochtjes heb ik niet gemaakt. Na voor de zoveelste keer meppend met mijn pompje een waakhond te hebben weggejaagd besloot ik het voor gezien te houden. Oklahoma USA was niet geschikt om te fietsen. Sowieso niet geschikt eigenlijk. Als achttienjarige knul bleek ik terecht gekomen in een fanatieke baptistengemeente die als enig doel hadden mij in de heer te krijgen. Kansloze missie. Eenzaamheid viel mij ten deel en nu vele jaren later heb ik het gevoel dat die periode van, uiteindelijk, zes maanden mij het meest gevormd heeft. Ik ben graag alleen en ben gek op muziek en verhalen van de bijzonderdere vaak eenzame types op aarde. Toen ik op een middag terug uit school kwam stonden mijn koffers voor de deur, ik was niet meer welkom. De gemeente zou nog voor mij bidden om mij weg te houden uit de klauwen van de duivel maar ik moest direct weg. Terug naar huis. De nieuwe school was nabij Rotterdam en dus kwam de O.V. kaart, het was gedaan met het fietsen.

De liefde bracht mij naar het Noorden, eerst naar Vries en Peize en uiteindelijk in ‘stad’. Die liefde waar ik voor gekomen was ging overigens niet mee hoor naar de stad. Die demarreerde kort nadat ik naar het noorden was verhuisd alweer bij me weg. Maar de stad had mij voor zich gewonnen, Groningen vond ik geweldig dus terugverhuizen naar het wilde westen was geen optie. Inmiddels zijn we vijftien jaar verder en hoewel nog steeds import ben ik wel aardig ingeburgerd. Liefde kwam er ook weer en deze keer was er geen ontsnappen aan. Na de geboorte van mijn eerste dochter merkte ik dat ik behoefte had aan wat ontspanning. Vaderschap is geweldig maar af en toe een momentje voor jezelf is ook wel prettig. Jaloers had ik al eens gekeken in de schuur van een Belgische kameraad die 2 schitterende racefietsen had en toen een vriend uit Rotterdam mij vertelde ook te zijn gaan fietsen vond ik het tijd om terug te keren naar mijn jongensdroom. Fietser worden, maar dan echt. Eindelijk.

Eerst dus wat jaren in eenzaamheid, soms met wat collega’s van mijn vrouw in training voor de Elfsteden maar meestal alleen. Heerlijk vond ik het. Tot augustus meestal, dan werd ik het zat om altijd maar alleen te ploeteren tegen de elementen. Het werd tijd om mij aan te sluiten bij een club. Zo kwam ik dus bij het Trapstel uit en die keuze bleek een schot in de roos. Ik ben in een jaar tijd enorm gegroeid als fietser. Maar als mens moest ik de fysieke groei nog tot een halt brengen.Op de Alpe d’Huez. De foto geeft letterlijk en figuurlijk aan hoe zwaar ik het heb gehad in die dagen…

Begin dit jaar, de Koude Spierentocht, de winter spinnend doorgebracht maar toch weer zwaarder geworden. Na vijftig kilometer was ik leeg en moest op sleeptouw genomen worden. Dit moest veranderen. Ik zette mijzelf op een streng regime, calorieën tellen en heel veel fietsen. Ik schreef mij in voor de Dolomietenreis, als extra stok achter de deur en nam mij voor om veel af te vallen. Ik moet en zal in de bergen mee kunnen. Ik heb wel bergen gefietst maar mijn gewicht zorgde ervoor dat ik slechts tergend langzaam en steevast als laatste boven kwam. Dus stelde ik een schier onmogelijk doel, dacht ik, en gaf mezelf tot net voor de reis om dit doel te halen. Maar nog geen drie maanden later en dus maanden eerder dan de reis, behaalde ik mijn doel. Mensen die vaak op zondag en woensdag meefietsen zullen beamen dat ik er iets anders uit zie tegenwoordig. Ik ben een fietser.

Heerlijk vind ik het om soms tot het uiterste te ga, een sprint winnen of iets dergelijks: ach, dat boeit me niet echt. Ik sprint mee voor de lol maar gun eenieder de winst. Alles wat ik wil is af en toe iemand die achter me fietst en denkt….stop eens man, dit is niet normaal.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:25 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.