Renner in beeld.

Tja, en dan ben je zomaar ‘renner in beeld’. Maar ik sta liever niet in beeld en opereer liever op de achtergrond. Je wilt je club niet teleurstellen en dus ga je aan de slag met de vraag wat die fiets in je leven eigenlijk is geweest.

Op een warme zomerdag begin juli in 1961, in een klein dorpje in het land van Maas en Waal, krijgen 2 jonge mensen een zoon. Ze noemen hem Mathieu, naar zijn opa. Zowel vader als opa was naast boer ook nog veehandelaar. Beiden waren dus veel van huis wat maakte dat zowel moeder als oma sterke vrouwen waren.

Omdat mijn moeder het niet eens was met de nogal beperkte visie van het schooltje, dat de maatschappij was ingesteld op rechtshandigen, ging ik al snel naar de lagere school in Nijmegen. Dit geheel tegen de zin van meneer pastoor. Merkwaardig genoeg was hij voorzitter van het schoolbestuur terwijl hij de spelregels van het ouderschap niet kende.

Voor een jochie van een jaar of 7 een wereldreis. Eerst 45 min met de bus en dan nog 20 min lopen van de bushalte naar de school. Vreselijk vond ik dit. In de zomer te warm en in de herfst en winter een overvolle bus met natte jassen. Toen het verkeersdiploma gehaald was ben ik direct met de fiets gegaan, dagelijks 18 km heen en ook weer 18 km terug. Ik heb dit gedaan tot dat ik ging studeren, dag in dag uit ongeacht het weer.

De fiets was voor mij toen de vrijheid om te gaan waar ik wilde en de rust van ‘geen gezeik aan mijn kop’.

Tijdens de middelbare school maakte ik tijdens de gymlessen kennis met rugby. Tijdens mijn studietijd was dat de sport waar ik mijn energie in kwijt kon. 4 avonden per week trainen en elk weekend een wedstrijd. De fiets werd alleen gebruikt voor vervoer van en naar college en de kroeg. Technisch was die fiets ook niet tot veel meer in staat trouwens. In het laatste studiejaar ging ik, alleen bij mooi weer trouwens, nog wel eens op de fiets naar mijn ouders met een flinke tas vuile was achterop. 40 km enkele reis op een ‘postbodefiets’. Waarom weet ik eigenlijk niet, kennelijk zat die liefde voor de fiets er toen al diep in.

Na mijn studie ging ik als vertegenwoordiger/voorlichter aan het werk, eerst in Harderwijk en later in Udenhout. Fietsen deed ik helemaal niet meer. De winkels waren op loop afstand of ik ging met de auto. Rugby was nog steeds mijn sport. Inmiddels is het 1987 en woon ik samen met Conny in Bergen op zoom en werk als kredietadviseur agrarische bedrijven bij de AMRO-bank in Goes. Rugby was lastig te combineren naast een drukke baan en in de weekeinden had ik geen zin meer in de competitieverplichting.

Een collega had een Concorde in de aanbieding omdat hij geen tijd meer had om te fietsen. De super record groep had hij al verkocht. Alleen met een frame kom je niet ver dus in België de fiets weer op laten bouwen met shimano 105. Om mijn energie kwijt te kunnen trainde ik soms wel 3 keer in de week met een triatleet die ik kende van het werk. Als ik dan in het weekeinde naar mijn ouders ging pakte ik de fiets om dan vervolgens met Conny in de auto weer mee terug te rijden. Elke 14 dagen een rit van 160 km. Toen heb ik de fiets ook ontdekt om alles weer in het juiste perspectief te krijgen als het even niet goed met je gaat.

In 1990 verhuisden we naar Groningen om de boerderij van Conny haar ouders over te nemen. We hebben veel gebouwd en weer verbouwd zodat ik niet zoveel energie had om te fietsen. Wel stond de fiets altijd in het zicht. 5 jaar heeft hij geduldig moeten wachten voor ik hem weer ging gebruiken.

Ongetraind aan de 11steden begonnen. Scheldend en vloekend de laatste 40 km gereden omdat mijn lijf smeekte om af te stappen maar de geest dat niet wilde. De belofte van eens maar nooit meer, daar is niet van terecht gekomen. Het jaar daarop weer en toen wel serieus begonnen met trainen 14 dagen van te voren.

Pas in 2007 heeft de fiets weer een vaste plek gekregen in mijn leven en pas toen heb ik afscheid genomen van mijn Concorde. Mijn volgende fiets was een gebruikte Cube competition, weer met 105. In die jaren fietste ik altijd alleen of samen met Conny die inmiddels ook met het fietsvirus was besmet. Samen de 11stedentocht de Noorderrondrit en de ‘Ride for the Rose’. Vanaf 2009 fietste ik vooral met een vast groepje ondernemers op zondagochtend altijd beginnend met koffie. Met dit groepje hebben we in 2011 de Mt. Ventoux gedaan. We werden allen 50 en er moest een statement gemaakt worden. Onze enige klimervaring was het viaduct over de Eemshavenweg bij Zuidwolde.

Wat was het zwaar en niet alleen omdat we ons slecht hadden voorbereid. Te zwaarlijvig en te veel drank deden de grootste duit in het zakje. Het klimmen had me te pakken. De vakanties met het gezin en de fiets moest mee, meestal naar de Vogezen of de Elzas.

Door verhuizingen is dit groepje uit elkaar gevallen als het op fietsen aankomt. Omdat ik wel behoefte had aan fietsen met anderen via google bij het Trapstel terecht gekomen. De rest is eigenlijk geschiedenis.

Al schrijvende realiseer ik mij wat die fiets voor mij betekend. Het gevoel van vrijheid en energie.

Op de fiets bepaal ik waar het heen gaat en als ik weer terug ben bruis ik van de energie. Op de fiets kan ik alles weer in het juiste perspectief plaatsen en ben ik instaat om mezelf vanaf een afstandje te bekijken. Tot slot wil ik nog wel kwijt dat het trapstel een verrijking is in mijn leven, gezelligheid onderweg en vaak boeiende gesprekken. Als boer ben je geneigd om in een klein wereldje te leven.

Ik heb een breder blikveld gekregen, iedereen bedankt daarvoor.

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:18 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.