Renner in Beeld, wat een eer!

Ik ben geboren in Dwingeloo op 4 januari 1975, dat geboren worden is eigenlijk ook meteen het enige wat ik daar gedaan heb want mijn ouders, zus en ik verhuisden al snel naar Hoogeveen waar ik opgegroeid ben. Mijn sportieve leven daar heeft een aantal uitstapjes gemaakt, van voetballen in de f’jes van HZVV via taekwondo naar volleybal. 

Het wielrennen begon echter op een donkerblauwe Gazelle met een setje Café de Colombia koerskleding als van Luis Herrera, ik was een jaar of 10 en mijn vader was wielrenner, of eigenlijk is hij dat nog steeds. Vroeger was hij het type dat de Tecklenburg Rundfahrt gewoon vanuit huis fietste met zijn maten van de Peddelaars uit Hoogeveen. Pas toen ikzelf de fiets (her)ontdekte besefte ik wat dat eigenlijk betekende, een slordige 320 km uit en thuis. Volgens mijn vader zijn de momenten dat ik in die tijd mijn Gazelle bestegen heb op 2 handen te tellen, het was dus zeker geen liefde op het eerste gezicht. Dat herontdekken gebeurde overigens een slordige 30 jaar later, daarover straks meer. 

Mijn eerste echte passie op sportgebied was windsurfen. Eind jaren tachtig, begin negentig kwam ik ’s middags uit school en smeet mijn tas in een hoek. In dezelfde beweging haakte ik mijn fietskarretje met surfplank achter mijn fiets en fietste naar de surfplas, een zandafgraving net buiten Hoogeveen. Hele zomers lang deden we dat, elke middag weer. Wanneer ik huiswerk maakte weet ik eerlijk gezegd niet meer. Op vakantie in Embrun (vlakbij Gap, ingeklemd tussen de Franse Alpen) scheerde ik intens gelukkig met een mistral windje van 4 a 5 beaufort over het water van het Lac de Serre Poncon terwijl mijn pa de Col de la Croix de Fer op fietste, ik was van dat wapenfeit destijds volkomen onwetend in mijn puberale egoïsme. Later, met vrienden naar datzelfde Embrun kwamen daar als hobby’s bier drinken en sigaretten roken bij. Maar surfen bleef mijn favoriete tijdverdrijf op sportief gebied. 

Na mijn middelbare schooltijd werkte ik in een garage in Hoogeveen als automonteur, mijn vader was al jaren brandweerman en ze hadden mensen nodig bij het vrijwillige korps van Hoogeveen. Mijn baas gevraagd of ik dat mocht en omdat hij ook graag wilde dat er brandweer kwam als hij dat nodig had kreeg ik toestemming van hem. Dus met de pieper in de borstzak van de overall in de werkplaats, en te pas en te onpas wegscheurend in mijn oude Opel Kadett als er ergens wat te blussen was. Dit tot grote ergernis van mijn werkplaatschef die zijn planning steevast in de soep zag lopen elke keer als ik er tussenuit kneep. Na een jaartje brandweerwerk in Hoogeveen besloot ik dat ik er mijn werk van wilde maken en solliciteerde ik als beroeps brandweerman bij de gemeentelijke brandweer van Groningen Stad. Ze vonden me geschikt maar ik moest wel eerst de sportkeuring tot een goed einde weten te brengen. Inmiddels hadden de sigaretten en het bier het surfen naar een derde plek verdrongen, en dus was die keuring wel iets waar ik nogal tegenop zag. Uiteindelijk bleek mijn conditie nog niet zo slecht en rolde ik zonder noemenswaardige problemen door de keuring heen. Het was oktober ’96, ik was 21 en vanaf dat moment was sport een vast onderdeel van mijn leven, simpelweg omdat het bij de dagelijkse werkzaamheden van een brandweerman hoorde, en nog steeds hoort. ’s morgens conditie sport in de vorm van spinning of circuit training en ’s middags “sociale” sport zoals voetballen of volleybal. Het windsurfen is sindsdien echter iets wat ik vroeger deed, het kwam er simpelweg niet meer van. Alles hangt nog startklaar  in mijn garage, maar of de wetsuits nog passen betwijfel ik.

Begin 2012 hou ik het roken definitief voor gezien en schaf ik een ATB aan om recreatief rondjes mee door het bos te crossen met vrienden, een van mijn beste vrienden zijn vrouw was al een tijdje ziek, uitgezaaide borstkanker en het ATB’en bleek een prima middel om elkaar eens wat vaker op te zoeken  voor een rondje crossen, praten en de zinnen wat te verzetten. Hij ging in het kader van “Groot verzet tegen kanker” de Mont Ventoux op fietsen en dus ook aan de racefiets. Helaas overleed zijn vrouw in februari 2012, 37 jaar oud, hem en 2 jonge kinderen achterlatend. Ik reisde hem samen met een vriend in september van dat jaar achterna om hem aan te moedigen op de weg naar boven in deze moeilijke tijd. Ze mochten echter niet naar de top, door het slechte weer bovenop de kale berg was de finish verplaatst naar het chalet Reynard. Dat was erg jammer, maar niet het einde van dit verhaal. 

Eind 2012 hadden een paar collega’s het plan opgevat om Alpe d’HuZes te gaan fietsen, daar had ik ook wel gevoel bij na alles wat er gebeurd was en ik sloot me bij deze groep aan die onder de naam “Brandweer Groningen Verzet Bergen” naar buiten trad. Dit alles kon natuurlijk niet op een ATB plaatsvinden dus moest er een racefiets komen. Via Marktplaats vond ik een mooie CUBE Peloton afgemonteerd met een shimano 105 triple en het trainen kon beginnen, van klimmen had ik geen verstand maar tegen de wind in fietsen kwam in de buurt had ik gehoord. Dus dat deed ik, tegen de wind in fietsen. Of met een bak weerstand erop de spinningfietsen op het werk teisteren. Het herontdekken was een feit! Ondertussen begonnen ook de randzaken als het fondsen werven en het organiseren van onder andere een Spinningmarathon bij ons in de brandweerkazerne, wat allemaal prima gelukt is evenals het kwijtraken van wat kilo’s om de Alpe d’Huez wat makkelijker op te komen. Voor we het wisten was het al zover, we reisden af naar le Bourg d’Oisans voor de koersweek en daarop volgend Alpe d’HuZes 2013. Tijdens de koersweek nog een paar mooie ritten gemaakt naar onder andere de Col d’Ornon en de Col de la Croix de Fer, net als mijn vader een dikke 20 jaar daarvoor. En natuurlijk een proef beklimming van de Alpe d’Huez, tevens mijn eerste kennismaking met het hooggebergte op de fiets. Ik stond in iets minder dan anderhalf uur boven. Op 6 juni 2013 begon dan eindelijk Alpe d’HuZes en om 05:05 in de ochtend passeerden we de start en sloten we aan in een onmetelijk lang lint rode achterlichtjes die de Alpe op slingerden, in elke bocht stonden honderden kaarsjes te branden en er hingen teksten en foto’s op spandoeken aan de rotswanden waar je soms een brok van in je keel kreeg, ontzettend indrukwekkend allemaal! 

Voor mezelf had ik bedacht dat 4 keer omhoog haalbaar zou moeten zijn, maar die 4 keer had ik rond 15:00 al achter de rug. Veel te vroeg om te stoppen natuurlijk en dus aan de afdaling begonnen voor nummer 5 en heel misschien wel nummer 6. Aangekomen in het dal de rotonde rond en weer op weg naar bocht 21, niet lang daarna werd me al snel duidelijk dat die 6de beklimming hem niet meer ging worden. Mijn schouders en mijn nek zaten helemaal vast en in bocht 8 zat ik volledig geparkeerd op de vangrail, en ik maar denken dat mijn benen wel een keer “stop” zouden zeggen, wist ik veel. Na een massage van een aardige mevrouw (hielp niks, maar was natuurlijk erg aardig) toch mezelf maar weer op de fiets gesleept en  richting bocht 7 geworsteld, daar bleek een verzorgingspost met fysiotherapie te zijn! Na een echte massage, een paar meter medical tape in vrolijke kleurtjes en een hazenslaapje (ik was tussen de massage en het tapen in in slaap gevallen) kon ik fris en fruitig beginnen aan de laatste 6 bochten en eenmaal boven was de tijd alsmede het lichaam op. De teller stopte op 5 beklimmingen en ik was meer dan tevreden. 

De daarop volgende zomervakantie ging ik met mijn 2 vrienden waar ik het jaar er voor mee op de Ventoux stond, en onze gezinnen vakantie vieren in de Ardéche. Op niet al te lange afstand van die kale hufter, we hadden immers nog wat af te maken. Het boek van Bert Wagendorp ging mee ter inspiratie en op een mooie dag ben ik met mijn vrienden omhoog gefietst vanaf Bedoin en daarna nog een keer vanaf Malaucene, en ook al was de tijd (2:05) volgens Tim Krabbé niet goed genoeg, dit keer kwamen we wel tot de top. Twee keer zelfs. Teruggekomen van vakantie ging mijn conditie, die voorheen misschien wel nooit zo goed was geweest, snel achteruit. Zonder dat ik daar een verklaring voor had. Ja, ik trainde minder dan voor de Alpe d’HuZes maar ik was er zeker niet mee gestopt. Het kwakkelde wat aan, een paar bezoekjes aan de huisarts, bloedprikken, etc. etc. Ik herstelde steeds langzamer, liep altijd rond met 2 zure benen onder mijn kont. Het volgende plan was dat mijn spataderen er maar uit moesten, mijn benen knapten daar esthetisch wel behoorlijk van op maar verder hielp het eigenlijk niks. Door naar de sportarts, en vanaf daar naar de reumatoloog, het leverde allemaal niks concreets op. Tot ik begin juni 2014, tijdens het fitnessen op mijn werk, in de spiegel keek en een vreemde bobbel aan de binnenkant van mijn linker bovenarm zag. Misschien een spiertje verrekt dacht ik, maar een week later zat het er nog en dus de huisarts maar weer eens geraadpleegd. Onderhuids vetbultje was zijn conclusie, niks aan de hand, als je er last van krijgt haal ik hem wel weg zei hij. Maar het groeide en ik begon er last van te krijgen. Na de vakantie weer naar de huisarts en die verwees me meteen door naar het Martini waar na een MRI scan al snel de conclusie werd getrokken dat het geen vetbult was. Doorverwezen naar het UMCG en na een punctie bleek het inderdaad geen vetbult te zijn maar een Myxoïd Liposarcoom oftewel een kwaadaardige tumor te zijn. Er begonnen ineens een heleboel puzzelstukjes op hun plek te vallen. Na nog een MRI en een CT scan bleek het gelukkig wel de enige tumor te zijn. 

Kanker dus, ik had een aantal voorbeelden in mijn directe omgeving gehad, en die waren niet allemaal even goed afgelopen. De plek en het feit dat er geen uitzaaiingen waren gaven me echter wel het vertrouwen dat het goed zou komen. Na een periode van onderzoek kwam het erop neer dat er bestraald ging worden, 25 keer in 5 weken, en daarna zou er een operatie volgen. De bestralingen gingen heel voorspoedig, van alle mogelijke bijwerkingen had ik maar weinig last en ik fietste me het schompes met Patrick en Consorten en op de zondagochtend om conditioneel zo goed mogelijk het hele traject door te komen. Ik dacht al bijna dat ik er ongeschonden door zou komen toen begin November er ineens een enorme brandwond ontstond in mijn oksel, die me ook onmiddellijk thuis hield van mijn werk. Fietsen ging gelukkig wel, alleen wel met een dosis paracetamol en een gezonde portie schuldgevoel: Niet werken, wel fietsen. Ondertussen ging mijn goede oude CUBE Peloton stuk, frame gescheurd. Net nu ik hem zo hard nodig had. Dus ook nog een “Trapstel Standard Issue” Cannondale CAAD10 gekocht om maar op de fiets te kunnen blijven zitten. Begin december was ik weer dusdanig hersteld dat ik weer aan het werk kon, en de operatie stond inmiddels gepland op 31 december. Ik had een boel data tot de mogelijkheden gerekend maar de 31ste december zat daar niet bij, het was niet anders. Ik vond het niet zo’n punt, maar mijn kinderen vonden het maar niks dat hun vader op zo’n belangrijke dag in het ziekenhuis zou liggen. Wie moest nu het vuurwerk afsteken? Daar hebben ze hun opa bereid toe gevonden: Er zijn geen problemen, er zijn slechts oplossingen. 

De operatie verliep goed, en op 2 januari mocht ik weer naar huis. Na de meest bijzondere jaarwisseling ooit, dat dan weer wel. Ik hoopte snel weer alle ellende van me af te kunnen trappen maar dat viel tegen, op de stadsfiets voelde ik op de weg naar school en terug al elke klinker via mijn arm onder mij door komen. De Tacx dus maar onder het stof vandaan gehaald, en daar met frisse tegenzin maar mijn meters op weggetrapt, ondertussen NatGeo Wild, Sporza of Family Guy kijkend. Na een dikke maand Tacx de straat weer op en dat viel aanvankelijk nogal tegen, maar al het harde werk van de laatste maanden van 2014 wierpen hun vruchten af en mijn conditie was snel weer terug. Dat gaat helaas niet op voor mijn schouders, nek en mijn arm, dat blijft tot nu toe een verhaal van stijfheid, fysiotherapie en vocht ophopingen als gevolg van een onwillig lymfesysteem. Door de bestralingen is mijn normale verwachtingspatroon wat betreft herstel niet van toepassing. Ik ben ten tijde van dit schrijven dan ook nog steeds niet aan het werk. Althans niet op de manier hoe het hoort, namelijk in ploegendienst en bij tijd en wijle met de laarzen in het bluswater. Hopelijk kan ik dat snel weer oppakken, aan de geest zal het waarachtig niet liggen! 

Mijn fiets heeft me enorm veel gebracht in deze moeilijke periode, die niet alleen voor mij maar ook voor mijn gezin best pittig geweest is. Als ik gefrustreerd ben of boos op de hele situatie dan ga ik een rondje fietsen en ik kom “leeg” terug. We blijven positief, ook al is dat niet altijd even makkelijk. Maar het kon allemaal veel minder en alles komt gewoon goed. Het gaat alleen wat minder snel dan we gehoopt hadden.

Ik was bijvoorbeeld graag met het Trapstel mee gegaan naar de Ventoux om lid te worden van de club des Cinglé du Mont Ventoux en daarmee een dikke middelvinger op te steken richting de firma kanker, maar dat gaat tot mijn spijt om een aantal redenen niet lukken. De belangrijkste reden is mijn gezin maar zeker ook lichamelijk wordt dat nog een te grote opgave ben ik bang. Maar die kale berg loopt niet weg dus dat lidmaatschap gaat er komen, hoe dan ook!

 

Tot fiets, groet Sander

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:11 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.