Mijn eerste tweewieler was een step. Ik kreeg hem voor mijn derde verjaardag op 26 februari 1955. Hier ligt de kiem voor mijn liefde voor de fiets. Op 10-jarige leeftijd ging ik op een zondagochtend zomaar een eindje fietsen.  Vanuit Breda fietste  ik  via Terheijden en Zevenbergschen Hoek  naar het Hollands Diep bij Moerdijk. De navigatie ging op instinct en ik was op tijd terug voor het middageten.

Op de HBS (1964-1969) werd de fiets ingeruild voor een brommer. Eddie heeft dit fenomeen en de eisen waaraan deze diende te voldoen, al eerder treffend beschreven.

Tijdens mijn studententijd in Utrecht (1969-1976) was een fiets een ding, dat op de meest ongelegen momenten gestolen werd als gevolg waarvan je na een zware nacht doorzakken lopend naar huis moest. Sport speelde geen enkele rol in mijn leven. De woelingen en geestverruiming van de jaren 70 des te meer! Eigenlijk begonnen deze al in 1968, maar voor mij is 1970 een ijkpunt. In dat jaar vond immers het legendarische Holland Pop Festival in Kralingen plaats. Drie dagen, twee nachten in het Kralingse bos, waar de rook van kampvuren en vooral hash zwaar over het terrein hing. Wat te denken van optredende groepen als Jefferson Airplane, Santana, dr. John the Nighttripper, the Byrds, Canned Heat, Fairport Convention , the Soft Machine en Pink Floyd ,om maar eens wat te noemen. De eerste LSD ervaring, de meisjes waren mooi en bloot.

Op een dag in 1972, ik was toen 20, kwam de eerste racefiets in mijn gezichtsveld. Een racefiets was een fiets met derailleur, een krom stuur en een kooitje aan de trappers met een riempje. Andere toevoegingen, zoals spatborden en verlichting deden daar niets aan af. Een vriend van een huisgenoot bezat er één en ik mocht er ook even op zitten . Toch duurde het nog een paar jaar voordat ik mij ook de trotse bezitter van een

foto 3

foto 3

Al met al heeft deze periode slechts twee seizoenen geduurd. In  december 1976 studeerde ik namelijk toch nog af. Met ingang van 1 februari 1977 kreeg ik een baan als stagiaire bij Trip Advocaten in Groningen. Het fietsen kwam in de versukkeling. Begin jaren 80 besloot ik om toch weer te gaan fietsen en ruilde ik bij Wim Buiter aan de Westersingel mijn ivoorkleurige Gazelle Champion Mondial in voor een oranje Koga Miyata Gentsluxe-S. Ik werd lid van het Trapstel. Met de club reed  ik Luik-Bastenaken-Luik, een absoluut sportief hoogtepunt in mijn leven. Ik vond overigens nog een foto uit die tijd, waarop de eerste versie van het Trapstelshirt te bewonderen is.  (foto 3).

In deze periode is er ook een vakantie in Frankrijk  geweest waarin de fiets voor het eerst meeging. Op de camping tussen Vaison-la-Romaine en Malaucene stonden nog een paar Nederlanders, die er elke dag met hun racefiets op uit trokken. Op een dag gingen zij de Mont-Ventoux beklimmen. Ik had geen idee wat me te wachten stond en vroeg of ik met ze mee mocht fietsen, al was ik bang dat ik hun tempo niet zou kunnen volgen. We vertrokken al heel vroeg in de ochtend (ik meen om een uur of 6) om de hitte voor te zijn. Een van de vriendinnen van de mannen reed met de auto mee.  In de ochtendkou had ik een windjack aangetrokken. Al in het begin van de  beklimming  vanuit Malaucene bleek dit overbodig en gaf ik het jack met daarin mijn portemonnee af aan de volgauto. Maar in plaats van dat ik het tempo niet kon volgen, reed ik al snel alleen voorop. Toen ik na 1 uur en 55 minuten boven kwam, stond er een ijskoude stormachtige wind (8bft) en viel er natte sneeuw uit de lucht. Ik had alleen een dun shirtje aan en geen geld op zak. Mijn medefietsers waren in geen velden of wegen te zien. Klappertandend stond ik daar te kleumen.

Gelukkig arriveerde er even later ook een vriendelijke Duitse fietser, die me in de plaatselijke uitspanning op een kop koffie trakteerde. Na een uur besloot ik maar om in mijn eentje weer naar beneden te rijden op zoek naar de anderen. In de afdaling kwam ik mijn campinggasten weer tegen. Zij bleken  onderweg een paar keer gepauzeerd te hebben. Ik ben toen omgedraaid en samen met hen weer naar boven gefietst. Op de top van de Ventoux is toen nog een foto gemaakt (foto 4). Je ziet een jongen in blauw jack met een deken om zich heen en links van hem een kleumende man in een dikke duffelse jas met slaapzak om zich warm te houden . Waarom die dikke winterjas mee naar Zuid Frankrijk is gegaan, is me een raadsel. Waarschijnlijk kende hij de gevaren van de Kale Berg beter dan ik. De man in het gele jack ben ik.

Vervolgens brak er weer een fietsloze periode aan totdat ik Astrid leerde kennen en wij in 1990 voor het eerst samen op vakantie gingen. Het werd wederom de Vaucluse, op dezelfde camping als de eerste keer . De fietsen gingen mee. Mijn gewicht was inmiddels opgelopen tot 90 kilo. Vanaf de camping vertrokken we op een ochtend voor een lange tocht door het schitterende gebied rond de Mont- Ventoux. Op de Col de l’Homme Mort besloot ik even een adempauze  te nemen en languit liggend te genieten van de Provencaalse geuren en kleuren (bloeiende lavendel) en het geluid van gonzende insekten (Voor een beter begrip moet ik hier vermelden dat we niet lang daarvoor een lunch hadden genoten van tarbot en een fles muscadet). Omdat Astrid na een tijdje merkte dat ik er niet meer was, keerde ze om en zag me voor dood aan de kant van de weg liggen. Ze dacht dat zij zo goed fietste dat ze mij tot de totale uitputting had gedreven en dat ik aan een hartstilstand was bezweken. De naam van de col zal aan deze geheel foute gedachte zeker bijgedragen hebben. Wat ze over het hoofd zag,  is dat ik haar op onze tochten de laatste 50 kilometer steeds naar huis moest duwen. Totdat we op de camping aankwamen alwaar de laatste meters van de entree naar de receptie een zeer steile hindernis vormden. Vlug  reed ze dan van me weg en en kwam fietsend boven, terwijl ik onder het oog van de allez, allez roepende campinggasten krakend tot stilstand kwam.

Na dat jaar heb ik niet meer gefietst. Astrid ook niet trouwens. Toch bleef het diep van binnen knagen. Elke keer als we in Frankrijk kampeerden en ik wielrenners op hun blinkende fietsen zag rijden, deed het pijn en keek ik jaloers naar die afgetrainde lijven. Zelf woog ik inmiddels 105 kilo en ik had de moed om ooit nog op de fiets te stappen een beetje opgegeven. Ik verkeerde in de stellige overtuiging dat geen enkele fiets dit gewicht ooit zou kunnen dragen. En diep van binnen vond ik dat dikke mensen eigenlijk ook niet op zo’n mooie racefiets thuishoorden. Die buikige mannen in Rabobank tenue  op een fiets van een paar duizend euro vond ik behoorlijk misplaatst en ook wel een beetje belachelijk. Zo hield ik mezelf af van een glorieuze rentree in de wielergelederen. Totdat een vriend me er van wist te overtuigen dat het echt onzin was dat een modern frame en goed gespaakte wielen het onmiddellijk zouden begeven als ik mezelf daarop zou hijsen. Hij heeft me weer op de fiets gepraat. Mijn oude Koga was volstrekt onbruikbaar geworden en op 24 januari 2009 kocht ik een nieuwe Cube. Er zaten geen toeclips meer aan de pedalen, geen commandeurs aan de schuine buis, maar shifters aan het stuur en het aantal kransjes achter was ook flink omhoog gegaan sinds de jaren 80, waarin je het nog met 5 of 6 moest doen. Enfin, moeilijk te bedienen bleek het niet en ik reed er zo mee weg. Niet ver overigens. De eerste ritten waren niet langer dan 20-30 kilometer. Dan was de pijp leeg. Toch reed ik dat jaar 9000 km, meer dan ik daarvoor in mijn hele leven bij elkaar had gereden.

Ik herinnerde me het Trapstel, maar hoorde bij geruchte dat die club op sterven na dood was. Met behulp van Google bezocht ik de site van het Trapstel en daar las ik van de zondagse trainingsritten vanuit het Stadspark. Ik besloot dat de tijd gekomen was om me weer aan te sluiten. Op 22 september 2010 arriveerde ik om 10 uur in het Stadspark. En ja hoor, op de parkeerplaats, waar het Trapstel vroeger altijd verzamelde, stond een aantal goed getrainde wielrenners. Ik meldde me bij hen en vroeg of ik een keer met ze mocht meerijden. Dat was natuurlijk goed. Ik vroeg of er onderweg nog koffie werd gedronken. Toen keken ze me wat meewarig aan en zeiden dat ik voor koffie en appeltaart bij het Trapstel moest wezen. Ja maar……bleek ik dus bij de mannen van Cycle sport te staan. Ze verwezen me vriendelijk naar het witte gebouwtje waar het Trapstel verzamelde. Daar stond echter niemand. Later bleek dat velen toen naar de Mergel Heuvelland Tweedaagse waren, maar ik dacht dat de geruchten dat het Trapstel een beetje op apegapen lag dus toch wel  konden kloppen.

Enfin, omdat ik toch niet onverrichterzake terug naar huis wilde, besloot ik met de mannen van Cyclesport mee te rijden. Jezus, dat ging best hard. Bij Lauwersoog aangekomen, stond er al gemiddeld 35 op de teller. Juist op het moment dat ik een hap nam van een bruine boterham met kaas werd er vooraan gedemarreerd. Ik wou even diep ademhalen en verslikte me daarbij enorm en daar zag ik ze in de verte verdwijnen. Het beste was er bij mij wel af en het was toen nog best ver terug naar stad. Ik had wel mooi geleerd dat een gelletje toch beter weghapt dan een bruine boterham met kaas.

foto 5

foto 5

Een paar weken later fietste ik op een zondagochtend opnieuw naar het park. En nu stonden er wel Trapstellers. Ik sloot me aan en voelde me er vanaf het eerste moment thuis. Vanaf nu ging de fiets iedere vakantie mee en ik begon, eigenlijk voor het eerst van mijn leven, fanatiek te trainen, alsof ik alles in één keer wilde inhalen. De Elfstedentocht werd  gereden. Ook de heuvels kwamen weer in beeld  bij gelegenheid van de Tecklenburg Rundfahrt en de toertocht van de Amstel Gold Race (foto 5).

Ik ben nu bijna 61 en heb gemerkt dat een leven lang sportieve verwaarlozing zich niet laat verloochenen. Ik zal nooit een Chris, Jaap of Patrick meer worden.

foto 6

foto 6

En ook geen Tim Krabbé, auteur van het onvolprezen “de Renner”, dat ik in de loop der jaren telkens weer herlas. Maar dat belette me niet om afgelopen zomer in de Cévennen een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan: het narijden van de “Ronde van de Mont Aigoual”. Een feest der herkenning! (foto 6).

En ik hoop nog vele jaren mee te kunnen rijden in de rode trein van het Trapstel, die prachtige vriendenclub van mannen en vrouwen met humor en (com)passie.W

Gepubliceerd op: 12 oktober 2018 om 16:32 uur.
Reactie achterlaten

Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.