Home TC Het Trapstel Forums Gastenboek De Snerttocht Reageer op: De Snerttocht

#25912
Marco Weijers
Deelnemer

‘Als je vader weer thuiskomt is hij misschien wel kampioen ! Maar waarschijnlijk wordt hij gewoon vierde hoor’. Zo begint mijn eerste trapstelrit van 2017 verwachtingsvol, realistisch ook. Op weg naar het park vele rode shirts en een enkele rode vinger. Peter de Jong heeft in zijn allereerste kilometer van het jaar al een valpartij achter de rug.

Het leukste van de koers om de bierbokaal is eigenlijk gewoon de weg ernaartoe. Het gevecht om de bokaal zelf, doet zeer, is zo voorbij en levert altijd meer verliezers dan winnaars op. De weg ernaartoe duurt veel langer. Er wordt eerst wat heen en weer geport op social media en op de dag zelf is de aanloop van zo’n 55 kilometer altijd goed voor onderlinge praatjesmakerij, ongein en indekken. Tijdens de plaspauze in Onderdam marginaliseert Wilma het hele sprinters gebeuren ook nog even fijntjes. Toch melden we ons netjes achter GJ en Seryl om ons als sprinterstrein naar de startstreep te laten begeleiden.En dan mag het los….

Seryl tovert precies op de streep een bel tevoorschijn die aangeeft dat de eerste,laatste en enige ronde om de bierbokaal is begonnen. Binnen een seconde bepaal ik mijn tactiek, schakel een blad of vier bij en knal richting de vijftig km per uur. Hier zit de wind nog half in de rug, hier kunnen we de eerste schifting maken. Ik trek nog even door en laat dan de pedalen heel even rusten, mijn hartslag moet eerst weer wat naar beneden. Dan komen Albert en Jan straks voorbij en kan ik aanhaken…is het plan. Voordat mijn hart überhaupt doorheeft dat het mag dalen schiet Albert mij echter al voorbij. Jongen wat gaat hij hard maar niks aan de hand. Hij gaat het echt niet alleen doen. Jan van Wolferen komt er nu aan, ‘hij is voor Liewes’ roept hij. Daar lijkt het wel op weet ik nog net uit te brengen. Ik moet nu in het wiel van Jan mee, de wind draait in de rug. Ik probeer te versnellen om in te haken achter het wiel van Jan maar mijn eerste krachtsinspanning is net te ambitieus geweest. Ik kom er niet bij, tergend langzaam groeit het gaatje. Jan sluit aan bij Albert, ik zie ze omkijken. Ik hoop even op een teken van vriendschap, compassie en liefdadigheid maar de appel die Albert nog met me te schillen had doet me vermoedelijk de das om. Ze trekken door, halen een streep door mijn plannen. Mij rest slechts drie kilometer sleuren tegen de wind, in de mars der verslagenen. Tot overmaat van ramp sluit Chris in mijn wiel aan, zichtbaar vermoeid maar hij zit er wel. Op dat moment schiet het al door me heen, je wordt gewoon weer vierde jongen. Als een gewonde gnoe probeer ik nog te ontsnappen aan de slagtanden van het roofdier in m’n wiel maar ik weet dat het zinloos is. Vierde jongen, vierde. Voor mij zie ik een gaatje ontstaan tussen Albert en Jan. Zodra Albert een metertje toe moet staan krijgt de wind vat op hem en is de strijd gestreden. Jan rolt naar de winst terwijl hij zijn tenue nog even recht kan trekken. Albert pakt plek twee en het roofdier achter me slaat zijn tanden definitief in me. Vierde…