IN HET SPOOR VAN EMO – Deel 2

 

EEN FIETSTOCHT NAAR ROME DOOR FRANKRIJK, OVER DE ALPEN EN OVER DE APENNIJNEN

Hans Nieman

 

DE APENNIJNEN

Wat doe je daar dan ook langs te gaan, kun je je afvragen. Het verhaal van Emo wil dat hij iets moest afleveren bij de Tempeliers in Parma, dat een stuk oostelijk ligt. Een kortere weg is de beroemde pelgrimsroute Francigena, die over de Gran San Bernardo gaat en zich in Susa voegt bij de route die Emo heeft genomen.

Na de Povlakte moet ik de Apennijnen over, via de Passo de la Ciza (1041 m). Het ‘leed’ bestond niet uit het beklimmen van de pas, maar uit de regen die met bakken naar beneden kwam. Op de col heb ik in het onverwarmde barretje kleumend een koffie en broodje genomen en gepoogd de historische plek in me op te nemen, want vele grootheden uit het noorden op weg naar Rome gingen mij voor. Maar ik wilde al gauw afdalen… naar de Middellandse Zee, in de hoop dat het daar in ieder geval warmer is!

 

Nog onwetend van de (tweede) woonplaats van onze fietsmaat Arnoud, die mij onlangs uitnodigde om dit verhaal in Wielerverslag te doen, ben ik via Pontrimonti als een speer afgedaald naar Martini di Carrara (de plaats van de marmergroeven). Het weer is hier niet veel beter en ik neem een hotel. Ik weet af te dingen op de prijs van de kamer, met een verhaal dat ik eigenlijk wil kamperen, maar dat het weer dat de hele reis al niet toelaat. Men heeft met mij te doen!

 

TOSCANE 

Bij Toscane denk ik aan prachtige heuvellandschappen met golvende rijen cipressen die naar een casa of castello leiden; ik denk aan cultuur en renaissance-stadjes die uit de aarde lijken op te rijzen; aan lekker eten en drinken op terrassen onder druivenpergola’s, onder een warme zon of tijdens zwoele avonden.

Vergeet het maar! In mei – althans de mei van 2019 – is Toscane anders. Ook de resterende dagen naar Rome zijn vrijwel alleen met regen. Tijdens een beklimming van een heuvel in een bosrijk gebied – geen dorp of huis in de buurt, dus waar moet ik schuilen? – brengt een felle bliksemflits, onmiddellijk gevolgd door een knetterende donderslag, me er toe om te gaan schuilen onder een overstekend dak van een huisje van publieke werken, dat ik een paar minuten eerder vanuit een ooghoek had waargenomen. Met tegenzin moet ik terug en weer ettelijke honderden meters afdalen.

 

Al dit gemekker over het weer zou de indruk kunnen wekken dat mijn reis naar Rome alleen kommer en kwel was. Daar zit niemand op te wachten. Desondanks heb ik onderweg zoveel mooie dingen gezien en beleefd, die sowieso te veel voor deze samenvatting. Daarom verwijs ik naar mijn weblog www.inhetspoorvanemo.com.

Daarin getuig ik niet alleen van een landschappelijke fietservaring, maar geef ik ook blijk van mijn stedelijke interesses. Hier beperk ik me tot het noemen van de plaatsen waar ik van genoten heb.

 

Na in Martina Carrara wederom in een druilerig regentje vertrokken te zijn, volg ik over kleine landweggetjes het spoor van Emo de Via Francigena naar Lucca met het ovale Piazza del Anfiteatro, dat de vorm van het antieke Romeinse theater heeft behouden. De marmeren Duomo San Martino is een schitterend bouwwerk. Het is zowaar even droog als ik op mijn Stevens tussen de toeristen door laveer.

In het mooie stadje San Miniato, dat op een soort klif ligt en in de 12e en 13e eeuw door z’n strategische ligging een belangrijke rol speelde in de machtsverhoudingen in het Roomse Rijk, heb ik in navolging van Emo de nacht doorgebracht in een hotel dat is gevestigd in het voormalige paleis van Frederik II (1452) en latere keizers van het Roomse rijk.

San Giminiano is beroemd om de tientallen torens die rivaliserende families in de 12e eeuw voor eigen aanzien bouwden; hoe hoger de toren, hoe meer aanzien. Overigens kom je er òm van de toeristen, maar dat geldt bijna voor alle Toscaanse steden.

Voor Siena heb je aan een dag niet genoeg. Ik noem het Piazza del Campo, één van de mooiste pleinen die ik ken, met het Palazzo Publico en de ranke Torre del Mangia die in de verre omtrek zichtbaar uitsteekt boven de heuvels. Van de magnifieke Duomo was ik zeer van onder de indruk.

De toeristische drukte op het Piazza del Campo verleidde mij er toe om me heel recalcitrant op de fiets vanaf de Fonte Gaia boven aan het plein af te laten zakken tot onderaan de fraaiste regenput ter wereld. Het voelde als een soort heiligschennis, maar ook als een overwinning op het massatoerisme.

 

Piazza del Campo

 

STEDEN LANGS DE ROUTE

Dijon is meteen op de eerste dag de eerste stad waar ik onderdak moet vinden. Kleiner dan  Groningen, maar historisch van belang als hoofdstad van het hertogdom Bourgondië. Ik besluit er niet te gaan kamperen, hoewel er een mooie camping aan het Lac Kir ligt, maar dat is nogal ver buiten het centrum.  Enkele maanden later kon ik er (met fietsmaat Jannes op doorreis naar de Mont Ventoux) ’s avonds moeiteloos een hotel vinden, en een knus pleintje met restaurants om een hapje te eten.

Lyon is een ander verhaal: de derde stad van Frankrijk heeft een heel gezellig historisch centrum, terwijl het moderne centrum bijzonder fraai op het schiereiland ligt, dat door de samenvloeiing van de Saône en de Rhône wordt gevormd. 

In Lyon ontdek ik het voordeel om een (eigen) fiets bij je te hebben: je kunt in kortere tijd meer van de stad zien. Zie verder mijn weblog www.inhetspoorvanemo.com

Om vanuit Lyon in Chambéry te komen moet ik de Col de L’Epine over (987 m). Hoewel het mooi helder weer is vernikkel ik boven van de kou. Het is ook al laat en ik hoop voor het donker een hotel te vinden. Verkleumd in de afdaling vind ik er een in het centrum: tegenover het neo-klassieke stadstheater met naast het hotel een leuk restaurant annex café met terras onder mijn balkon. Ik besluit om een dag bij te boeken.

Na Chambéry doe ik er twee dagen over om via het Mauriennedal over de Col du Mont Cenis af te dalen naar Susa en vandaar in één dag Turijn te bereiken.

Turijn biedt net als Lyon te veel voor één dag. Het bijzondere van het centrum zijn de rechte straten en grote rechthoekige pleinen, die met 18 km arcades langs de bouwblokken met elkaar verbonden zijn. (Zie verder mijn weblog).

ROME bereik ik na een barre, maar zeer afwisselende tocht door Toscane en Lazio.

 

Voor Emo was het doel van zijn reis een ontmoeting met de paus. Hij en Hinrik hadden in de de Friezenkerk vlakbij de oude Sint Pietersbasiliek onderdak gevonden, maar om door te dringen tot de paus moesten zij dagelijks over de Tiber naar het Paleis van Lateranen. Het duurde 7 weken tot hij hem te spreken kreeg.

Voor mij was het doel van mijn fietstocht naar Rome de stad zelf. Meer nog dan in de andere grote steden op de route had ik veel profijt van mijn fiets. Zowel de klassieke highlights als meerdere moderne architectuur projecten (bv het Nationaal Museum voor 21e eeuwse kunst MAXXI) en verschillende buurten in het centrum, waar je als gewone toerist niet gauw komt, heb ik nu op mijn Stevens (zonder bepakking) gemakkelijk kunnen doen. Zie verder mijn weblog www.inhetspoorvanemo.com

  Piazza del Campidoglio

Gepubliceerd op: 22 november 2019 om 11:49 uur.
2 Berichten

2 reacties


  • Avatar Leonie says:

    Prachtig!!!! Wat een belevenis en supermooi, inspirerend avontuur (zekers ook door de historische context). Wel diep ontzag dat je dat gewoon naar even doet op de fiets. Hans bedankt voor het delen van je verhaal

  • Avatar Luuk says:

    Heerlijk wielerverhalen , over 8 jaar zal ik deze misschien plaatsen want dan kan ik met pensioen. Ga vanavond zeker de blog lezen


Bericht plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.